Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Een anekdote met een boodschap die me pas op latere leeftijd werd onthuld

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

‘Jahaa... Dat heb je al eens verteld.”
Het klopt. Ze kijken of ik het zelfs al een aantal keren heb verteld. Ik probeer me er onderuit te glimlachen, maar in mijn hart druppelt een traan.

We hadden het over Engeland, met name Londen. Ik wilde vertellen hoe ik daar met mijn ouders was en dat mijn vader opeens kwaad werd toen hij in Hyde Park een jongen zag lopen in een spijkerjack waarop je een hakenkruis kon vermoeden. Mijn vader wilde daar wat van zeggen, maar mijn moeder hield hem tegen.

Terwijl om me heen het gesprek doorgaat, schuifelen mijn ouders voor mijn geestesoog door een regenachtig Londen. Het was 1971. De reis was een cadeau voor het halen van mijn eindexamen, maar ik, de hippie, schaamde me drie dagen lang voor mijn oude besjes die toen veertien jaar jonger waren dan ik nu ben.

Mijn moeder had enige tijd in Londen gewoond en wilde mij haar ‘lievelingsplekjes’ laten zien, mijn vader kreeg last van de Engelsen die hij in Japanse krijgsgevangenschap had leren haten omdat ze hun racisme jegens Indo’s en hun neerbuigendheid tegenover de Nederlanders niet onder stoelen of banken staken.

Vooral voor hem werd Londen een bezoeking.

Mijn Bezoek aan Londen had ik al vaak verteld en toch wilde ik dat nu weer doen. Was het vergeetachtigheid door de ouderdom? Nee, ik wist dat ik het al eens had verteld, maar ik wilde het een levende ansichtkaart laten zijn, een paar foto’s in taal om mijn ouders en vooral mijn vader voor het nageslacht meer reliëf te geven. Een anekdote met een verborgen boodschap die me zelf ook pas op latere leeftijd werd onthuld. Ik kon mijn schuldgevoel – de schaamte voor mijn ouders – er niet van af krabben.

“Ben je nu geïrriteerd omdat je niet je verhaal mag vertellen?” vraagt mijn dochter.

“Nee, nee, ik ben een oude zeur, ik weet het.”

“Je hebt het echt al vaak verteld.”

“Ja, weet ik.”

Het is of ik naarmate de jaren verstrijken rond mijn ouders loop en ze steeds vanuit een andere hoek bekijk en gedwongen word mijn opvattingen over ze bij te stellen. Dát wil ik vertellen.

Hoe mijn vader en moeder op een bankje aan de oever van Serpentine Lake zaten. We aten cheese and chutney- sandwiches.

“Ze wilden de Nederlandse doden niet begraven,” zegt hij zomaar.

“Ach schat, laat nou. Niet nu.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden