Opinie

‘Echte vrijheid blijft nog altijd uit voor veel Nederlanders’

Woensdag wordt de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Antillen gevierd. Maar van echte vrijheid is nog geen sprake, schrijft Charisa Chotoe.

Nationale Herdenking van het Nederlands Slavernijverleden in het Oosterpark, 2017.Beeld ANP

De afgelopen maand voelde als een storm, zo rücksichtslos dat we het er nog jaren over zullen hebben. Ik maakte reportages over twee Black Lives Matter-protesten. Over omstreden standbeelden en gevels. Over Javaanse contractarbeiders die een overstap maakten op de Oostelijke Handelskade voordat zij op plantages zouden werken in Suriname. Ik sprak Amsterdammers over hoe racisme tot trauma kan leiden. En over Anton de Kom in de Nederlandse canon.

Ik woonde in, op en onder het internet en deelde op sociale media berichten over George Floyd, institutioneel racisme en microagressies. Als iemand die zelf racisme ervaart en dat veel in haar omgeving ziet, werd het me af en toe te veel. Maar het gaf ook stof tot nadenken.

The Black Archives

Je uitspreken tegen racisme wordt nog te vaak gezien als een daad van verzet in plaats van een vanzelfsprekendheid. Zo worden mensen die zich uitspreken tegen racisme in de media veel te snel neergezet als antiracismeactivisten. Ik snap waarom de term gebruikt wordt, maar ik hekel het. Ik hekel het activisme niet, integendeel, ik schop graag mee tegen de schenen van de heersende macht. Maar je bent geen activist als je goed van slecht kan scheiden.

Een haast onuitroeibare ziekte als racisme moet toch een medicijn hebben? Iedere keer dat een zwart of bruin persoon zich en plein public uitspreekt tegen racisme, waarna dat door de ander ter discussie wordt gesteld, heeft het medicijn niet gewerkt. ‘Vernedering is ervaren dat je inspanningen vruchteloos zijn,’ schreef antropoloog Sinan Çankaya in zijn boek Mijn ontelbare identiteiten. En dat is precies wat je voelt, iedere keer dat je je uitspreekt, maar je gevoel niet erkend wordt.

De tijd van verantwoording moeten afleggen over ervaringen met racisme is voorbij. Als je als (wit) persoon een goede bondgenoot wil zijn, lees je in. Volg The Black Archives op Instagram voor je dagelijkse dosis geschiedenis.

Leer je kinderen niet alleen dat racisme niet kan, maar ook om zich ertegen uit te spreken als ze het zien gebeuren. Wees niet stil, wees luid.

Keti Koti

Ook moeten we stoppen met whataboutism. In het Nederlands ook wel de jij-bak. Schoolvoorbeeld: toen Oranje bekendmaakte tv-programma Veronica Inside te boycotten. ‘Maar jullie gaan naar het WK in Qatar,’ werd er daarna geroepen. Al lange tijd is er terecht kritiek op Qatar, maar nu werd het gebruikt om te zeggen dat Derksen een racist mag zijn, omdat de ander ook wat fout doet. Een afleidingsmanoeuvre om het maar niet over antizwart racisme te hebben.

Je zag het ook bij de demonstratie op de Dam. Femke Halsema moest zich diezelfde avond bij talkshow Op1 verantwoorden over hoe het kan dat er zoveel mensen bij elkaar kwamen. Maar er werd haar niet gevraagd naar het historische moment dat die dag in haar stad voltrok. In het racismedebat gebeurt dat keer op keer: het gaat te veel over het hoe en dat laat weinig ruimte voor het waarom. Racisme, daarom.

Velen weten ook nog niet wat er woensdag, op 1 juli, herdacht wordt. Woensdag is het Keti Koti, Sranantongo voor ‘ketenen gebroken’. In normale tijden is de Nationale Herdenking van het Nederlands Slavernijverleden in een stampvol Oosterpark, maar vanwege corona is het dit jaar zonder toeschouwers. Een teleurstelling voor velen: deze dag weegt dit jaar nog zwaarder dan normaal. Want ondanks dat we woensdag ook de afschaffing van de slavernij en dus de vrijheid vieren, heeft afgelopen maand vooral laten zien dat echte vrijheid voor veel Nederlanders nog altijd uitblijft.

Schilderswijk

Vrijheid is iets wat ik altijd al zonder pardon heb gepakt. Maar als iemand die is opgegroeid in de Haagse Schilderswijk en nu bijna tien jaar in de Bijlmer woont, weet ik: vrijheid pakken of je echt vrij voelen, het is niet vanzelfsprekend. Die vrijheid gaat weleens aan je neus voorbij, want soms is je huid net iets te donker en je achternaam net iets te vreemd. Soms praat je ‘te goed’ Nederlands en haal je torenhoge cijfers, en vertelt een docent dat niet te verwachten van ‘iemand uit zo’n buurt’.

Het zou niet zo hoeven zijn, maar het zijn opmerkingen die meisjes van kleur uit ‘zo’n buurt’ flink motiveren. Die meisjes worden later dan bijvoorbeeld stadsverslaggevers en gaan ervoor zorgen dat alle verborgen verhalen van hen die de vrijheid nog niet volledig kunnen proeven, de oppervlakte halen. Zolang als die meisjes leven.

Wan switi ketikoti, allemaal. So so lobi.

Charisa Chotoe, freelance verslaggever en redacteur voor onder andere AT5.Beeld Daniel Wolters

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden