Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Dwars door die dreigende schaduwen liep Peter R. de Vries onbekommerd naar zijn auto

PlusNico Dijkshoorn

De momenten dat je vreselijk nieuws krijgt, worden volgens mij op een speciale plek in het brein opgeborgen. Ik kan alles wat ik ooit voelde aanzetten wanneer ik maar wil. Ik druk op een denkbeeldige knop in mijn hoofd en ik zie Orlanda, mijn ex-vrouw, die tijdens het stofzuigen, de telefoon opneemt

Ik hoor haar stem weer, die anders dan anders klonk. Ik ging naast haar staan. Er was iets vreselijks aan de hand. Ze legde de telefoon neer. “Mijn vader. Alvleesklierkanker. Hoogstens een maand.”

Ik weet welke plaat er op stond: Suzanne Vega. Ik weet wat we aten: kip met dingen enzo.

Ik kan al die momenten zo op een rij zetten. Steeds is het de abrupte overgang van iets dat verdacht veel op geluk lijkt naar bodemloos verdriet. Tanja die mij wakker maakt. “Niek, Niek. David Bowie is overleden.”

Een jaar geleden: Tanja aan de telefoon. “Niek, ze is dood.” Een uur later staan we naast haar moeder, die een uur eerder nog arm in arm met haar man door het park liep.

Deze week kwam er nog zo’n herinnering bij. Mijn dochter belde en meteen hoorde ik het aan haar stem. “Peter R. de Vries is neergeschoten. Hier vlakbij.” Ik dacht: nu, op dit moment, belt iemand Peter zijn zoon. Zijn partner. Zijn vrienden. ‘Lieverd, niet op internet kijken. Niet op de filmpjes klikken. Ze hebben hem. Hij is naar het ziekenhuis gebracht.’

Peter R. de Vries en ik woonden als jongetjes tegelijkertijd in Amstelveen. Hij was vier jaar ouder. Als ik hem backstage bij het televisieprogramma DWDD tegenkwam vertelde hij over NFC, de voetbalvereniging waar we allebei speelden. Dat we misschien wel eens samen hadden getraind. Ik herinnerde mij dat niet.

Dat we allebei in die gruwelijke gemeente waren opgegroeid, dat winkelcentrum met huizen eromheen, en dat we er nu eindelijk eens over konden zeuren deed ons goed. Daarna begon de uitzending en viel hij wild, maar toch beschaafd, aan op iemand die onzin zat te verkondigen.

Dit is wat ik dacht toen mijn dochter belde: Ik weet hoe hij loopt. Na de uitzending liepen we samen naar onze auto’s. Alle keren was ik doodsbang. Achter elke auto loerde de wrekende dood. Peter praatte ondertussen over een keeper van NFC die Sjaak heette. Of ik die dan misschien kende?

Dwars door die dreigende schaduwen liep hij onbekommerd naar zijn auto. Ik keek naar hem en zag wat het was. Geen roekeloosheid, maar levensdrift. Recht vooruit blijven lopen als ze je willen breken.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden