Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Dus niet vergeten tante straks een kusje te geven hè?

PlusTheodor Holman

Onze tante was een kennis van mijn ouders uit Indië.
Zij was de witste vrouw die ik kende. Daarmee bedoel ik niet blank (dat was ze ook), maar bleek met een vleugje blauw. Ik kon soms mijn ogen niet van haar afhouden.

“Kom je op mijn schoot zitten, Theootje?”

Dan sloeg ik mijn ogen neer en schudde beleefd, dat wel, mijn hoofd.

Ik was denk ik zes jaar oud.

Op een keer bezochten we tante – ze woonde in Baarn – en lag ze in bed. Er was iemand bij haar die ‘een gezelschapsdame’ werd genoemd. Een oudere vrouw die in de keuken ging zitten toen mijn ouders en ik ons rond het bed van tante hadden geschaard. Omdat ik ook niet bij een gedeelte van het gesprek tussen mijn ouders en mijn tante mocht zijn, werd ik naar de keuken gestuurd.

De gezelschapsdame zat op een stoel, keek me aan en zei niks. Mij was een glaasje limonade beloofd, maar dat had ik nog niet gekregen.

Opeens zei ze: “Je moet tante straks een kusje geven hoor.”

Een zin waarvan ik schrok, door de stilte ervoor en de stilte erna. Mijn handen grepen de randen van mijn stoel vast. Op de keukentafel stond een klein leeg vaasje waar ik strak naar keek.

Heel even gleed mijn blik over de gezelschapsdame heen, maar ze keek me niet aan, wat me in zekere zin geruststelde. Ik bleef het lege vaasje bestuderen.

“O ja!” zei ze, “je zou limonade krijgen.”

Ze stond op, pakte uit een keukenkastje een fles ranja – een mierzoete siroop – en schonk het glas daarmee bijna halfvol voordat ze het aanlengde met water.

“Lekker zoet,” zei ze.

De ranja was lauw.

De gezelschapsdame keek hoe ik dronk.

“Niet lekker?” vroeg ze.

“Jawel mevrouw.”

Ik loog, omdat ik niet wilde dat ze meer zei.

“Dus niet vergeten tante straks een kusje te geven hè?”

Ik nam snel nog een slok en hoopte dat de slok gezien zou kunnen worden als een gesmoord ja.

Het verlangen naar mijn moeder nam toe, maar ik begreep dat ik niet naar haar toe kon.

“Je tante zei: het is leuk jongetje… ze had het over jou. Leuk hè?”

Ik nam weer een slok.

Opeens hoorde ik achter de keukendeur gerommel.

Moeder kwam binnen.

“Ze slaapt,” zei ze.

De ranja, bijna op, liet ik staan.

“Dank u voor de limonade,” zei ik.

Op de terugweg werd niet gesproken.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden