Opinie

‘Durf over de dood te spreken. Ik verloor op mijn 31ste mijn partner’

Er rust in onze maatschappij een taboe op de dood, ziet socioloog Lotte de Schouwer. ‘Iedereen moet er maar op zijn eigen manier mee om te zien gaan.’

Voor Fabiënne, deelnemer van Over mijn lijk, was kanker het vervelendste, maar ook het mooiste wat haar overkwam. Beeld BNNVARA

BNNVara’s Over mijn lijk is momenteel een van de belangrijkste programma’s op de Nederlandse televisie. Het laat zien wat dood ons te bieden heeft.

Het is een controversiële gedachte dat de dood wat te bieden zou hebben.

Dood staat voor verlies en verlies kan niet tegelijkertijd iets opleveren, lijken we te denken. Dood is eng en verdrietig en zorgt voor pijn. Het liefst stoppen we de dood zo lang mogelijk weg en laten we het geen deel uitmaken van ons dagelijks leven.

Als maatschappij hebben we onze doden ­uitbesteed aan uitvaartcentra op industrie­terreinen en op die manier letterlijk op afstand geplaatst. We ­leven in een wereld waar alles in het teken staat van het tegengaan van verval en vergankelijkheid. Wij willen de dood niet in de ogen kijken.

In Over mijn lijk zien we vijf jonge mensen met kanker die zich voorbereiden op het naderende einde. Dat is niet makkelijk, maar deze mensen kunnen er niet langer van wegkijken. Dus staan ze een graf uit te kiezen, bespreken ze hun wilsverklaring met familie en werken ze aan herinneringen voor hun kinderen.

Dit soort beelden is zeldzaam op de Nederlandse televisie. Het stikt van de programma’s waarin we van dichtbij kunnen zien welke ­keuzes mensen maken over hun huwelijk, de geboorte van hun kind en de verbouwing van hun huis.

Ondertussen krijgen we nauwelijks wat te zien over het universeelste wat ons verbindt: ­onze sterfelijkheid. De zaken waar je als stervende en als nabestaande voor en na een overlijden mee te maken krijgt, worden zelden op een ­toegankelijke en integere manier in beeld ­gebracht.

Keiharde confrontatie

We zijn gek op programma’s over true crime en verheffen moordenaars tot beroemdheden, maar over een ‘goede’ dood zien we niets. ­Natuurlijk wil je je op je dertigste liever niet ­bezighouden met je eigen uitvaart en de meeste mensen hoeven dat ook niet, maar het portretteren van de deelnemers van Over mijn lijk is meer dan het vastleggen van een zeldzaamheid. Het brengt de dood voor ons als kijkers even dichterbij. Het programma laat zien wat de keiharde confrontatie met hun sterfelijkheid de deelnemers brengt.

Ze vertellen hoe hun wereld instortte toen ze het nieuws te horen kregen, maar ze hervonden ook allemaal weer de zin om er nog wat van te maken. Ze genieten van de momenten die hen nog gegeven zijn, leggen vast, hebben lief, maken verbinding. “Kanker is het vervelendste, maar het ook het mooiste wat me is overkomen,” zei Fabiënne (die maar 22 werd.) “Ik heb er zoveel van geleerd.”

Ik denk dat deze uitspraak de essentie weergeeft van dit programma. Zonder de dood op te hemelen of juist te bagatelliseren, laat het zien wat de dood bovenal doet: betekenis geven.

Aanvoelen

Ook míjn hart breekt voor de deelnemers van Over mijn lijk. Niet in de laatste plaats omdat ik weet wat het is om dit mee te maken. Ik verloor op mijn 31ste mijn partner aan kanker. Gelukkig heb ik instinctief aangevoeld dat alles opengooien en de dood zo veel mogelijk­ ­bespreken een positief effect heeft op het ­rouwproces. Ik zeg aanvoelen, omdat niemand je dit leert. Ik had geen referentiekader.

De dood is een taboe en daar moet iedereen alleen en op zijn eigen manier mee om zien te gaan. Over mijn lijk doorbreekt dit taboe en is daarom ongelooflijk belangrijk.

Het doet pijn om aftakeling, verlies en ­afscheid zo rauw en echt en bij veel te jonge mensen te aanschouwen, maar laten we er alsjeblieft naar kijken en over praten. Zo laten we de dood met al z’n ongemakkelijkheid én betekenisgeving net een beetje dichterbijkomen.

Lotte de Schouwer. Socioloog schreef in eigen beheer het boek ­Overlijdensberichten, over het overlijden van haar partner.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden