Column Artikel Roze Beeld Artur Krynicki
Column Artikel RozeBeeld Artur Krynicki

Duizenden Amsterdammers zullen afscheid komen nemen van de plek waar ze ooit bang waren voor leeuwen

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Geboren Amsterdammers herken je makkelijk. Ga naast ze staan en zeg: leeuwenverblijf Artis. Daarna komen de verhalen. Hoe ze de leeuw zagen knauwen aan een stuk vlees dat nu elk weekend door hipstermannetjes zestien uur lang wordt geroosterd in een BBQ die op een bedorven groen ei lijkt.

Na elke jeugdherinnering volgt een korte stilte en daarna zeggen ze: “Maar eigenlijk kan het natuurlijk niet, dat kleine pleurishokkie. Zit je dan als De Koning Der Dieren, midden in Amsterdam met een stinkend slootje vlak voor je kanis.”

Ik ben zelf zo een Amsterdammer. Niemand scharrelt schuldbewuster door Artis. Met mijn lichaamshouding probeer ik uit te drukken dat ik het leed van alle dieren in Artis met mij meetors, maar in mijn hoofd raast een nostalgische storm.

Zo een Amsterdammer ben ik geworden. Eentje die ouderloos door het park dwaalt op zoek naar de plekken waar ze nog naast me stonden. “Zwaai maar naar Tanja. Kijk ze herkent je!” Tanja was het nijlpaard. Al liet je haar een zak vol spijkers zien, dan nog ging die bek wijd open.

Alle dieren in Artis houden van je, als je voedsel in je hand hebt. Alleen bij de leeuwen was dat anders. De leeuwen in Artis hadden al snel in de gaten dat ze van het publiek niets hadden te verwachten. Nooit zag ik iemand een pond hamlappen in het verblijf gooien.

Dat heeft te maken met de plek waar ze tot nu verblijven. Een parodie op natuurlijk leefomgeving. Heel lang geleden heeft iemand dat blijkbaar een goed idee gevonden, zand, stenen en een soort van rotswand.

Dat gaat nu veranderen. Het nieuwe leeuwenverblijf wordt tien keer groter en ik denk te weten wat dat gaat betekenen: we zullen de leeuwen alleen nog maar in diepe schaduwen, half verborgen in een spleet, zien liggen. Geef ze eens ongelijk. Al die jaren dat geloer van ons en ze konden geen kant op.

Ik voorspel dat het komende jaar duizenden Amsterdammers – ook de Amsterdammers die iedereen lopen te vertellen hoe heerlijk het is om een ouwe molen te verbouwen op het Friese platteland – afscheid komen nemen van de plek waar ze ooit bang waren.

Ik hoop dat documentairemaker Frans Bromet er dan staat. Amsterdammer in beeld en dan de vraag: “Vond u het dan niet zielig voor die leeuwen?” Daarna het antwoord: “Ja, maar ik was er met mijn vader. Die leefde nog. Ik zat op zijn schouders. Met zijn handen hield hij mij goed vast, begrijpt u. Handen die mij vasthouden. Ik mis dat zo.”

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.
Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden