Femke van der Laan Beeld -

Dronken liep Eberhards vader dwars door de schildersezels

Plus Femke van der Laan

We zijn in Parijs. Met zijn vieren zitten we aan tafel in een restaurant in Montmartre. We zijn op weg naar Italië, maar op de langzame manier. Dit is onze eerste stop, morgen rijden we weer verder naar het zuiden. Ik had een logeerplek gevonden bij dit restaurant om de hoek. Want hier moesten we zijn, dit wilden ze zien: het restaurant van de schaamte.

“Hoe oud was papa ook alweer toen hij hier kwam?” De jongste vouwt zijn servet open. Roodgeblokt en groot. Zulke servetten hadden ze ook al toen hun vader mij voor het eerst hier mee naartoe nam, herinner ik me.

Er is überhaupt weinig veranderd. De tafeltjes zijn nog altijd klein, de obers onverminderd professioneel. ­Buiten op het plein zitten nog steeds de schilders, met hun werken uitgestald op ezels. Alleen de piano is nieuw. Hij glimt.

“Ongeveer twaalf.” De oudste antwoordt. De jongste knikt.

“Waar zouden ze gezeten hebben?”

“Misschien wel hier.”

Het is een van de eerste verhalen die hun vader mij vertelde. Twee maanden terug vertelde ik het hun. Hij was twaalf, ongeveer, en met zijn ouders in Parijs. Met z’n drieën waren ze. Er werd uitgebreid gegeten in het restaurant met de roodgeblokte servetten. Er werd ook uitgebreid gedronken. Dat laatste had de twaalfjarige niet zo in de smiezen: het was gewoon gezellig.

Hij zag het pas toen ze opstonden en naar buiten ­gingen. Zijn vader liep wiebelig, zijn moeder lachte te hard. Op het pleintje met de schilders liep hij een meter of drie achter ze: hier wilde hij niet bijhoren. Als hij maar ver genoeg van ze wegbleef, zou niemand hopelijk doorhebben dat deze dronken mensen zijn ouders ­waren.

Het was dus van een afstandje dat hij zijn vader zag wankelen. De stappen die de man zette om zichzelf op te vangen, gingen de verkeerde kant op: hij liep dwars door de schildersezels.

Stadsgezichten, portretten van bekende actrices, ­stillevens; het lag allemaal op de grond. Een enkel stuk met de goede kant omhoog, maar het meeste was vies of ­beschadigd.

De kinderen krompen ineen toen ik ze dit vertelde. Net zoals hun vader jaren later nog ineen kon krimpen als hij eraan terugdacht. Dat zijn vader voor alle schilderijtjes zo veel had betaald dat de schilders hem vervolgens drankjes aanboden, hielp daar niets bij. De schaamte was na al die jaren nog onverminderd groot.

“Ik vind het echt zielig voor hem.” De middelste kijkt naar buiten. Naar de schilderijen op de ezels. De andere twee knikken: dit horen ouders niet te doen. Ik knik mee. Ik hou het vanavond bij één glas wijn.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden