Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Drie vrouwen in badjassen op straat. Het was een paar minuten na de klap

PlusMaarten Moll

Er stonden drie vrouwen in badjassen op straat.

(Zo’n zin in een rijtje waaruit je vroeger op school moest kiezen voor een opstel: Mijn leven als film; Wat we moeten doen tegen zure regen; Waarom ik geen balletdanseres/voetballer ben geworden.)

Het was een paar minuten na de klap.

Een Mini was uit de bocht gevlogen en op een geparkeerde auto voor onze flat geknald. En die auto had weer de auto daarvoor behoorlijk ingedeukt, en die auto had de derde auto in het parkeervak een zetje de straat op gegeven.

Ik was meteen naar beneden gesneld. (Ook om te ontsnappen uit de Netflixfilm The Devil All the Time, de vrij belabberde verfilming van de gelijknamige, fantastisch duistere roman van Donald Ray Pollock.)

Het was heel stil op straat. Overal glas en stukken van bumpers. Uit een van de auto’s kwam heel mooi rook tevoorschijn. Ik liep naar de Mini, en zag een verdwaasde vrouw achter het stuur zitten. Een groene airbag tegen haar lichaam.

Het leek op de een of andere manier niet echt, door die stilte, en omdat er geen mens op straat was. Het was net het decor van een film, en ik verwachtte elk moment een ‘Cut!’ En een woedende assistent die ging vragen waarom ik in beeld was gelopen.

Er kwam ook een ‘cut!’, alleen niet van een regisseur.

“Dat is verdomme míjn auto!” gilde een vrouw vanuit een raam van het verzorgingshuis tegenover. “Welke idioot heeft mijn auto aangereden? Jezus! En mijn dienst zat er bijna op!”

Waarmee de tijd weer begon te lopen.

“Ja, het gaat,” zei de vrouw achter het stuur. “Ik bel 112,” hoorde ik iemand roepen.

En toen ik weer opkeek die badjassen.

Drie vrouwen, drie badjassen. Twee witte, en een bruine. (Hadden ze dat met elkaar afgesproken?)

Ze drentelden op de stoep heen en weer en keken naar de ravage voor zich, beschenen door het licht van lantaarns. Het leek of ze elk moment konden gaan dansen.

Weer een prachtige setting, en weer dacht ik in een film te zijn terechtgekomen.

Ik moest aan Truffaut denken, of Godard, ik haal die twee altijd door elkaar. Alleen de mist ontbrak. En op de achtergrond jazz. Bijna helemaal nouvelle vague. Mysterieus ook. (Jammer dat twee van de vrouwen autosleutels in hun handen hadden.)

De politie arriveerde en ik ging een rondje lopen met de hond.

Natuurlijk. Toen ik terugkwam waren de badjassen verdwenen.

Is dit wel echt gebeurd? (Opsteltitel.)

Twee beschadigde wagens waren op een bergingstruck geladen. Een man in een oranje hesje stond de onderdelen van de bumpers en het glas bij elkaar te vegen. Hij floot een bekend deuntje.

Fin.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden