Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Drie stukjes kauwgom aan de onderkant van de tafel

PlusFemke van der Laan

Ik fiets naar huis. Mijn schaduw is lang. Ik kijk hoe mijn grijze schim over het fietspad glijdt en hoe mijn benen op en neer gaan op de grond, naar boven en naar beneden, terwijl ik rondjes trap. Mijn hoofd op de tegels is steeds al een lantaarnpaal verder.

Het is nog druk op straat. Soms steekt er iemand over op mijn hoofd. Soms botst mijn hoofd tegen een fietser voor me. Op het plein voor de kerk schuift mijn hoofd over een rij benen. De gezichten erboven zeggen dat ze het toch mooi nog even meepikken, dit avondzonnetje.

Ik pik hem ook nog even mee.

Ik kijk naar mijn handen. Ze houden het stuur vast, maar niet heel stevig. Eerder losjes. Mijn handen voelen vies. Ik ril.

Net zat ik in een klaslokaal. Het was ouderavond. Ik luisterde naar wat de docent vertelde, terwijl ik naar de posters aan de muren keek. Er hing een kaart van Frankrijk ingedeeld naar wijnstreek, een foto van een actrice met een pruillip, een plaatje van de Eiffeltoren. Ik las dat als je een taal eenmaal begrijpt, je eigenlijk alles begrijpt. Terwijl ik wenste dat dat waar was, liet ik mijn hand onder tafel verdwijnen en legde mijn vingers tegen de onderkant van het tafelblad. Ik begreep niet waarom.

Zonder dat ik mijn hand hoefde te bewegen voelde ik drie stukjes kauwgom. Twee op mijn handpalm en de derde halverwege mijn wijsvinger. Ik wist dat als ik hem zou verplaatsen, ik nog meer stukjes tegen zou komen. Harde stukjes. Ik rilde. Mijn hand schoof een beetje opzij. Ik voelde er nog twee.

Ik dacht aan mezelf, vroeger, op school. Aan de tafels daar. Aan de onderkant. Aan hoe ik het niet wilde, maar toch deed. Ik zag de posters weer voor me. Ik herinnerde me geen actrice met een pruillip. Wel een landkaart. En de Eiffeltoren. Ik vroeg me af of ik het geloofd zou hebben, toen, als ik had gelezen dat een taal begrijpen betekent dat je alles begrijpt. Daarna verschoof ik mijn hand nog een beetje. Weer drie.

Mijn handen houden het stuur nog maar nauwelijks vast. Af en toe raken de handvatten even mijn palmen aan. Ik kijk weer naar mijn hoofd dat over de tegels glijdt, langs de volgende lantaarnpaal, en probeer te tellen hoeveel talen ik onder de knie heb.

Er zullen altijd meer stukjes kauwgom zijn.

Thuis was ik mijn handen zo lang dat de middelste komt vragen wat ik doe.

“Ik voelde aan de onderkant van de tafel.”

Ze trekt een vies gezicht. “Waarom?”

Ik trek mijn schouders op. “Ik begrijp het zelf ook niet.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden