Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Door mijn zuinigheid help ik de economie niet

Plus Theodor Holman

Het begrijpen van de economie kost me moeite. ‘Bij inflatie worden de producten duurder.’ Dan denk ik: dat is dus slecht voor mij. Maar nee, twee procent is ‘gewenst’.

Gewenst? Wie wenst dat? Maar goed, ik zwicht – ik ben er waarschijnlijk te dom voor.

Nog zoiets: mijn hele leven heb ik geleerd spaarzaam te zijn. Dat is niet goed, zeggen economen. We moeten uit­geven. Er wordt te veel gespaard.

Dat maakt me onzeker. Die econoom die dat zegt, discussieert met mijn moeder, die in mijn hoofd nog af en toe het huishouden doet. Mijn moeder zegt: “Spaar maar lekker door, hoor. Want je dochter kan geen huis kopen doordat de huizen onbetaalbaar zijn. Als jij haar niet helpt, hoe moet zij dan ooit een eigen woning krijgen?”

Ik durf niet tegen mijn moeder te zeggen dat ze ongelijk heeft.

Nu doet zich nog een probleem voor. Ik hou van het tweedehands leven. Mijn banken, mijn stoelen, mijn tafels, mijn elektrische gitaar, mijn vulpennenverzameling, mijn boeken en boekenkasten zijn allemaal tweede- of derdehands.

Een bijzonder boek opduiken voor een paar euro is voor mij het vinden van goud. Zo eet ik ook graag in kleine restaurants. Ik dineer wel eens in hele dure Michelinsterren, en dat is best lekker, maar het past niet bij mijn slordige, tamelijk luidruchtige persoonlijkheid. Ik wil een lekkere pasta met goede wijn met vrienden en dan incorrecte grappen maken, fel discus­siëren, verhalen vertellen. Dat lukt me domweg niet in zo’n Michelinster.

Anders gezegd: door mijn zuinigheid en mijn stijl van leven help ik de economie niet. Beide wil ik niet veranderen.

Zo verdom ik het straks om een bank te betalen om te mogen sparen. Ik maak een bedrijf rijk en daar moet ik dan voor betalen? Verdom ik. Ik haal dan mijn geld van de bank.

Het ergste aan het verlies van mijn ‘deugden’ is dat men van mij eist dat ik een patser word. Een patser is een drol in een pak. Een nieuw pak. En een verse drol. Zo kan ik ook niet tegen prins Bernhard, die half Amsterdam bezit en om de plaatselijke economie te helpen een autocircuit in Zandvoort wil steunen.

Ik weet zeker dat die prins zijn geld op een bank heeft staan en altijd in heel dure restaurants eet en nooit boeken koopt en daarom een voorbeeld is voor onze economie.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden