Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Door de literatuur begeer ik een bloemenpersje

PlusMarjolijn de Cocq

Als kind kreeg ik ooit een bloemenpersje voor mijn verjaardag. Daar had ik helemaal niets mee. Volgens mij heb ik het nooit gebruikt, in de dekenkist waar ik mijn dag- en plakboeken van vroeger bewaar, vind ik ook niks terug van gedroogde flora. Maar deze zomer dacht ik ineens aan dat bloemenpersje en sterker: ik begeerde een bloemenpersje. Hoe het kan verkeren. Door een samenloop van literatuur.

Ik had mij verschanst op een Bretonse klif die ik vanwege herhaald vakantiebezoek ‘mijn’ Bretonse klif ben gaan noemen. (Daarvandaan wordt het uitzicht op de oceaan slechts onderbroken door de schoorstenen van het grijze huis met de perenboom dat ik ‘mijn’ huis ben gaan noemen – en dat het ooit echt gaat worden, want dromen mag.)

En ik las. Ik las boeken waarmee ik voor de krant niets hoefde te doen. Boeken die ik begeerde, maar waar ik nog niet aan toe was gekomen.

In drie daarvan bleek de natuur een prominente rol te spelen. In het tegelijk duistere en geestige Jaag je ploeg over de botten van de doden van Olga Tokarczuk is het de excentrieke Janina Duszejko die rondom haar kleine, afgelegen Poolse dorpje korte metten maakt met jagers die de Reeën (ze denkt in hoofdletters) hebben vermoord. In het gelaagde De taal der dieren: het woordenboek is het de Britse kunstenaar Ivory Frame die, ver in de negentig, op een afgelegen plek in Canada dieren bestudeert en probeert hun taal vast te leggen in een laatste, groot kunstproject. En dan het meeslepende Daar waar de rivierkreeften zingen van Delia Owens, waarin het‘moerasmeisje’ Kya rondom haar hut in Barkley Cove in North Carolina veren, schelpen, mossen, en planten verzamelt – een met haar omgeving.

Na de maanden van thuiswerken en binnen zitten maakten deze protagonisten en hun kijk op de wereld me nog opmerkzamer op de lucht, het licht, de kleuren en geuren van Finistère; voor de bloemen langs de paden, voor de heidevelden op de Cap du Chèvre en het Pointe de Penhir; voor de plantjes die groeien uit de muren van het klooster van Landévennec en de oude kruidentuin met medicinale planten.

Voor ik er erg in had, begon ik zelf te verzamelen. Wit bloemetje hier, roze pluizenbolletjes daar. Paarse klokjes, oranje sprietjes, gele kelkjes. Om Bretagne mee naar huis te nemen. En met de even verheven als belachelijke gedachte dat dit de aanzet zou worden tot mijn eigen Belangrijke Collectie.

Geen bloemenpersje. Mijn pluksels heb ik tussen de boeken gedroogd; de bladzijdes zijn gaan bobbelen maar Bretagne ligt voor me.

Nu nog even het moerasmeisje in mezelf ontketenen.

m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden