Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Doodsbang was ik, want ik zou met Louis van Gaal moeten eten

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Maarten Moll schreef deze week een prachtige column over een ontmoeting met Louis van Gaal. Ik herkende alles. Ook ik zat ooit, trillend van de zenuwen, naast Louis. We aten Thais.

Het ging zo. Ik schreef iedere woensdagavond een gedicht in het televisieprogramma DWDD en Louis was op een van die avonden te gast.

Ik geef het hier maar gewoon eerlijk toe: ik was doodsbang. Als columnist van het voetbaltijdschrift VI had ik Louis minimaal 24 keer neer­gezet als een schreeuwende psychopaat. Iemand die bij de bakker heel hard roept: ‘WAAROM HEEFT DAT BROOD EEN RARE VORM!’

Toen ik hoorde dat hij te gast zou zijn in DWDD, wist ik meteen wat dat betekende: ik zou backstage samen met hem moeten eten. Nog liever bowlde ik naakt met Dries Roelvink. Ik vreesde een schoffering. In het gunstigste geval ging hij vragen of ik aan een ander tafeltje kon eten, in het slechtste geval ging hij het haar van mijn hoofd schreeuwen.

Dat gebeurde allemaal niet. Louis van Gaal betrad de artiestenruimte, gaf mij een hand en vroeg wat ik die avond ging doen. ‘Dichten’ moest ik zeggen. “Je bedoelt, met rijm?” vroeg hij. “Nee, ik rijm nooit,” antwoordde ik. Dan is het dus geen gedicht, zag ik hem denken, maar hij zei het niet.

Het was, op een prettige manier, een ontnuchterende ontmoeting. Louis had nog nooit een letter van me gelezen. Misschien wel net zo ontnuchterd als de keer dat ik op dezelfde plek Pieter Broertjes, de hoofdredacteur van de Volkskrant, ontmoette. Ik schreef al jaren een wekelijkse column voor zijn krant en hij stelde zich netjes voor. Hij had geen idee dat ik voor hem werkte.

Maar goed. Daar zaten we, Louis en ik. Hij bestelde tom kha kai, een Thaise kippensoep. Ik keek naar zijn eerste hap. Louis haalde een stukje sereh uit zijn mond. Daarna zei hij tegen mij: “Voor hetzelfde geld was ik nu dood.” Ik wees op een bordje, waar mijn stukje sereh lag.

Ik twijfelde. Was het niet een mooi gebaar als ik tijdens de uitzending, met Louis vlak voor mijn neus, voor het eerst een rijmend gedicht schreef? Als een soort boetedoening. Dat ik nederig mijn hoofd boog en, net zoals hij dat ooit bij Ajax deed, een wankel rijmend gedicht voorlas.

Op het laatste moment besloot ik ze niet voor te lezen, maar tijdens de uitzending schreef ik deze regels:

Louis van Gaal, bekend bij allemaal
eet zijn kippensoep graag normaal
vlak voor de uitzending
werd citroengras hem bijna fataal

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden