Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka

‘Don’t worry, ik heb ook geen vader meer,’ zegt hij

Plus Natascha van Weezel

In mijn studententijd ging ik minstens vier keer per week uit. Ik danste nachtenlang in de hipste clubs en rolde mijn bed pas in als het weer licht begon te worden. Sinds ik een serieuze poging doe om een volwassen leven te leiden, vind ik het al spannend genoeg om ’s avonds twee drankjes te drinken in een café. Maar vanavond gaan mijn vriendin Emma en ik weer eens ouderwets stappen.

We beginnen bij De Tulp op het Marie Heinekenplein. Om ons heen dansen achttien- en negentienjarigen ­alsof hun leven ervan afhangt. “Wat mag het zijn, mevrouw?” vraagt de piepjonge barkeeper. Ik voel me ontzettend oud. Wat doe ik hier eigenlijk? Waarom vond ik dit ooit leuk? Opeens mis ik mijn vader. Daar heb ik wel vaker last van als ik me niet op mijn gemak voel. Papa is dood en ik sta te dansen, flitst het door mijn hoofd.

Emma krijgt een appje van vrienden. Ze zijn in de Escobar. We gaan op pad en worden onderweg bijna aangereden door iemand op een racefiets. “Kun je niet uit je doppen kijken?” schreeuw ik iets te hard. De fietser blijkt Kees te heten en verontschuldigt zich duizendmaal. Daarna vraagt hij waar we naartoe gaan en sluit hij zich bij ons aan.

We praten over koetjes en kalfjes. Totdat Kees vraagt waar mijn ouders wonen. “Mijn moeder woont in de Rivierenbuurt,” zeg ik. “En mijn vader is dood.” Ik schrik van mijn absurde directheid. Waarom zou een wildvreemde op deze onthulling zitten te wachten?

Hij ziet mijn beschaamde gezicht: “Don’t worry, ik heb ook geen vader meer. Hij kwam om bij een motorongeluk toen ik dertien was.” Het schept meteen een band. Tegenwoordig hoor ik bij het geheime genootschap van de half-wezen. Hij rolt de mouw van zijn trui omhoog en toont de tatoeage op zijn schouder: ‘RF’ staat er in zwarte inkt. Het zijn de initialen van zijn vader. Vlak voordat we de Escobar binnengaan, zegt hij: “Jouw vader is nog niet zo lang dood, hè? Dat zie ik aan je ogen.”

De muziek staat te hard en het publiek is ladderzat. Ik vind er niets aan en ga in mijn eentje voor de deur zitten. Naast me is een stelletje heftig aan het zoenen. Kees komt afscheid nemen; hij gaat naar huis. Voordat hij wegfietst drukt hij me op het hart om vooral goed voor mezelf te zorgen. Deze man, die ik totaal niet ken en waarschijnlijk ook nooit meer zal zien, heeft helemaal gelijk. Ik sta op en loop vastberaden in de richting van mijn bed.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden