Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Doe na Dry January geen Fissa February

PlusErik Jan Harmens

Acht jaar geleden ging ik naar de Jellinek om te stoppen met roken. Tijdens de intake vroegen ze of ik nog andere hobby’s had en ik zei: borrelen. Op de vraag hoeveel ik dan wel niet borrelde, noemde ik de helft van het werkelijke aantal dagelijkse consumpties. “O mijn god!” riep de behandelaar geschrokken uit. Ze stelde dat mijn poging om te stoppen met roken kansrijker zou zijn als ik ook een halfjaar niet zou drinken.

Vijf maanden en een week later had ik er naar boven afgerond zes maanden op zitten, dus ik mocht weer. In de daaropvolgende periode zoop ik twee keer zo veel als normaal om de achterstand in te halen. Nadat ik op een ochtend wakker was geworden op de vloer van de garage tussen de bananendozen, besloot ik er maar helemaal de brui aan te geven. Tegen de plofkop in de spiegel zei ik: “Vandaag drink ik niet.” De volgende dag zei ik het weer.

Mocht u meedoen aan Dry January, dan heeft u nog ruim een week te gaan. Ik hoop niet dat u de drie weken die u nu onderweg bent naar boven gaat afronden of de noodzaak voelt om volgende maand bij wijze van Fissa February het dubbele naar binnen te gaan lopen tikken.

Dry January is de gelegenheid om onszelf de vraag te stellen: waarom drinken we? Als er iets leuks gebeurt doen we het om het feestelijke gevoel te versterken. Als er iets verdrietigs gebeurt juist om het trieste gevoel te onderdrukken. In beide gevallen is ons werkelijke gevoel blijkbaar niet goed genoeg. Het moet altijd meer worden of minder, maar waarom moet dat eigenlijk?

Een voordeel van niet meer drinken is dat dat wat je voelt écht is. Ben je blij, dan word je nog blijer omdat je weet dat het uit jezelf komt, niet uit de fles. Ben je verdrietig, dan denk je de volgende ochtend nooit: wat heb ik me weer lopen aanstellen.

Als ik vroeger boos werd, maakte ik de volgende ochtend excuses, ervan uitgaande dat de drank de veenbrand binnen in mij had doen oplaaien. Nu kan ik gewoon boos worden en vertrouw ik er achteraf op dat er een goede reden voor was. Ik was boos en daarna zakte het weer.

Qua drinken mis ik soms de roes, maar nooit de kater. Elke ochtend fris ontwaken blijft heerlijk, al ben ik er niet euforisch over. Euforie past meer bij het leven van een dronkenman vol highs en lows. Acteur Anthony Hopkins drinkt al 45 jaar niet meer, maar zegt ook nu nog: “De afgrond achtervolgt me altijd.”

Drinken levert soms pieken op, maar vaker dalen. Wie nuchter leeft, begeeft zich doorgaans ergens tussen die twee uitersten. Dat kun je saai noemen, maar ik noem het: geluk.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden