Theodor Holman.

 Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Dit zou Mark Rutte hebben kunnen zeggen over Pieter Omtzigt en Wopke Hoekstra

PlusTheodor Holman

Als ik Rutte zou zijn, zou ik bij de verkenners twee zaken aan de orde stellen.

De positie van Pieter Omtzigt. En de onderhandelingsstijl van Wopke Hoekstra.

Waarom?

Ik denk dat Rutte ongeveer het volgende zou hebben geantwoord:

“Pieter is stoorzender met z’n eeuwige gezeur over tegenmacht. Dit zijn geen tijden voor tegenmacht. We moeten door. We hebben al genoeg narigheid van zijn optreden in de Tweede Kamer. Voor mierenneukers is dit de tijd niet. Er komen grote problemen op ons af. Drie enquêtecommissies! En je moet er toch niet aan denken dat Pieter in de dossiers van alle drie gaat duiken en dan weer gaat zeuren… Dan wordt Nederland onbestuurbaar. Uiteraard mag hij een mooie functie hebben, in Brussel of zo, of in Malta, maar hij moet, in het belang van Nederland, uit Den Haag verdwijnen. Zulke Kamerleden staan in de weg. Dus ik wil van het CDA weten wat ze met Pieter gaan doen. Ik meen dat hij binnen zijn eigen partij ook niet lekker ligt. Integendeel. Daar wil ik dus duidelijkheid over. Stel je voor dat Omtzigt opeens het CDA verlaat en een paar anderen meeneemt. Aan hem kleven vijf zetels! Hij had zo’n 350.000 voorkeursstemmen! Dat is een enorme macht. Als Pieter met een paar anderen vertrekt, is er geen meerderheid meer. Is er ook geen CDA meer.

Wopke is een iets ander verhaal. Alle Europese leiders hebben de pest aan hem omdat hij veel te direct is. Hij eiste op hoge toon een onderzoek naar de financiële buffers in Zuid-Europa. Hij heeft totaal geen steun meer. En ik, Mark Rutte, moet dat weer rechtbreien. Wopke moet beseffen dat hij zich nederiger moet opstellen. Zeker in Europa. Wat hij over de korting van de WW zei tijdens de verkiezingscampagne zette ook kwaad bloed. Hij is geen leider, hij kan het niet, hij is niet tactisch, hij is te arrogant.

Hij heeft Pieter ook niet aangepakt. Die partij is totaal geen eenheid meer. Hugo… Hugo de Jonge… Ja, sorry hoor. Aardige man, ik werk met hem samen, maar dat is toch een aanfluiting. Het enige waarin Hugo zich positief onderscheidt van Pieter is dat ik Hugo wel sympathiek vind. Hugo is een hondje. Een breedsprakig hondje, maar een hondje. Een poedel met het syndroom van Spraakwater.

Nou, verkenners, ik hoop dat u dit gesprek vertrouwelijk houdt, maar dit is zoals ik erover denk.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden