Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Dit werd weer zo’n dag van de rode gezichten

PlusMaarten Moll

‘Je hebt je toch wel ingesmeerd, hè?”

Ik voelde mijn gezicht al gloeien, na nauwelijks vijf minuten in de zon.

Dit werd weer zo’n dag van de rode gezichten.

We zaten in een klein park, het J.W. van Overloopplantsoen, achter de Hortus.

(Waar nog de gedichtentafel staat van Adriaan Morriën, de al wat vergeten schrijver die tegenover het park woonde. En waar de muurfontein met de fraaie beelden van John Rädecker te zien is.)

Als een indiaan (ook geen zonnebril bij me), met een hand boven mijn ogen, keek ik over het park uit. Het was heel druk, en alleen maar vrolijkheid wat de klok sloeg. Uitgelaten, de mensen waren uitgelaten.

Vanaf de andere kant kwam een vrouw aanlopen die sprekend op Nana Mouskouri leek.

Hetzelfde haar, en het karakteristieke, dikke, zwarte brilmontuur. Schitterende lange jurk.

Ik moest denken aan een bericht in een krant van een paar maanden geleden in de rubriek Lezers helpen lezers. ‘Triumph schrijfmachine met lint aangeboden. Ook heb ik 51 elpees van Nana Mouskouri en elpees van James Last.’

51 elpees van Nana Mouskouri. Dan ben je wel een enorme fan van de Griekse nachtegaal.

Met bedachte pasjes schreed Nana langs de bankjes, alsof het park een grote catwalk was.

Jammer dat ze daarbij niet haar grootste hit Only Love neuriede, of, nog beter, zachtjes ten gehore bracht. Het had het compleet gemaakt. Al is het een vrij verschrikkelijk lied dat nog dagen in je achterhoofd blijft zeuren, die titelsong van de televisieserie Mistral’s Daughter.

Nana Mouskouri trok geen enkele aandacht, wat misschien te verklaren was doordat er bijna uitsluitend jongeren in het park lagen en zaten en hingen. Die hebben haar, ze is uit het jaar van mijn vader, nooit op televisie gezien. En Only Love is uit 1985.

Nana verdween aan de andere kant van het J.W. van Overloopplantsoen de straat weer op.

Een kwartiertje later vertrokken wij ook weer, richting huis.

Mijn gezicht trok een beetje.

“Ben ik al een kreeft?” vroeg ik.

Ik oogstte gegiechel.

We fietsten.

“Wat zit je toch te neuriën?” vroeg M.

Ik keek om me heen, ik zocht lotgenoten.

Al snel zag ik ze.

Op het trapje voor restaurant De Plantage.

Op de stoep van de pakhuizen achter Artis.

Op het bankje bij de spoorwegonderdoorgang naar de Javastraat.

In het Flevopark.

De rozerode gezichten.

Vooral mannen. Onbesmeerde mannen (‘onzin, al die troep op je gezicht!’) die al een hele tijd in de zon zaten, en die zich door niets en niemand weg lieten jagen van hun plek, die zich deze eerste zomerse dagen niet af ­lieten pakken. Geef ze eens ongelijk.

Toen ik na de tocht van de rode gezichten thuis in de badkamer aftersun op mijn gezicht streek, ontsnapte me de niet helemaal zuiver gezongen eerste regel van Only Love.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden