Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Dit waren de dagen dat twee broertjes vrienden werden

PlusRoos Schlikker

De zaterdag voor de lockdown bevatte alles wat ik haat. Mijn zoon was verdrietig thuisgekomen. Een vriendje had hem teleurgesteld, de pijn deed zijn middenrif schokken. Ik kan slecht tegen schokkende middenriffen, dus hoorde ik mezelf zeggen: “Tijd voor iets leuks. We gaan naar een gamehal!” Hij straalde. “Mogen we dan ook voor één keer lunchen bij de Mekkie?”

Dus daar stonden we, op een grauwe middag in een McDonald’s. Alle stoelen waren met plastic kruizen bedekt. We bestelden. Hamburger, patat, McNuggets. Ooit las ik dat daarin alle resten zitten die je wegsmijt wanneer je een kippetje bereidt, maar dit was geen moment voor principes. Het was feest.

Daar dacht de zweterige bedrijfsleider, die zelf ook maar een geel afzetlint om zijn nek had gehangen (“Vraag mij niets! Vraag mij niets!”), anders over. Panikerend smeet hij het ene frietje bij het andere Happymeal naast een milkshake die bij bestelling 39 had gehoord, een cola zonder deksel en een verpieterde salade van klant 117. Veertig ellendige minuten later zaten we in de auto. Ik ben weinig suïcidaal aangelegd, maar koud snackvreten vermalen op een verregende parkeerplaats voor de Gamma terwijl je staart richting Bijlmer­bajes, weet elke vorm van levensvreugde wel uit je te persen.

Een kerst vol afstand ging het zijn, blafte de autoradio. Net op dat moment knoeide mijn zoon een kwak saus op zijn jas. Hulpeloos de friethanden geheven keek hij me aan, zijn autogordel boven het chemische slijk gesnoerd, want veiligheid voor alles blijkbaar, terwijl ik ingeklemd zat tussen drie McFlurry’s en een bak minikaassoufflés.

“Een test. Het is een mentale test,” knarste ik onverstaanbaar, mijn kaken tot grijns geklemd terwijl we wegreden.

De rij voor de gamehal bleek even later zo lang als de noordzijde van de Arena. Verzet had zich als maagzuur in me vastgebeten. Binnen bleek het heet. Het toilet was onvindbaar. Mariah Carey gilde twee uur lang orgastisch haar kerstvreugde uit.

Even sloot ik wanhopig mijn ogen. Maar toen ik ze opende, zag ik het opeens. Twee mannetjes highfivend bij een pacmanapparaat. Ik dacht aan een jaar geleden. De ruzies. Twee jaar leeftijdsverschil lijkt voor kinderen een mensenleven. Ergernissen, geduw, getrek, het verdriette me. Ik had altijd gehoopt dat mijn zoons dol werden op elkaar. Natuurlijk was er liefde. Maar die leek verpakt in permanente strijd.

Nu, in het voorgeborchte van de hel, bekeek ik mijn kinderen en besefte dat ik me de laatste twist niet kon herinneren. Wat waren ze groot. Lief. Leuk met elkaar. Er was een band, zo natuurlijk dat ik het ontstaan ervan gemist had.

We strompelden de hal uit. Het was al donker. Was het überhaupt licht geweest? Zou het komende maand nog licht worden? Het deed er niet toe. Want daar, midden in de Bijlmer, schoten twee jongetjes hun pas gewonnen regenboogvoetbal over. De grote tienerarm lag losjes om het magere jongensschoudertje. Een kerst vol afstand. Zo zullen velen zich deze tijd herinneren. Maar ik niet. Want dit waren de dagen dat twee broertjes vrienden werden.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden