Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Dit verdriet klonk berustend. Van een oudere man

PlusTheodor Holman

Een nieuwe dag begint pas als je hebt geslapen, maar ik sliep niet. Het ochtendlicht leek geruststellend maar de hitte had de slaap ­verjaagd. Het was zes uur.

“Kom Koos, we gaan wandelen.”

De stad was stil. De ramen waren open. En opeens hoorde ik gehuil. Snikken. Met steeds een hoestje tussendoor als maatstrepen in een muziekstuk.

Kan je aan gehuil de ernst van de reden horen? Is liefdesverdriet anders dan het wenen om een gestorven geliefde? Ik denk van wel.

Dit verdriet klonk berustend. Van een oudere man.

Oudere mannen huilen nooit echt. Ze zijn snel geëmo­tioneerd en halen dan hun neus op. Ze laten, in tegenstelling tot kinderen, hun stembanden ongemoeid, alsof daar het verdriet op is gaan zitten.

Dit was dat droevige gesnotter. Je doet maar alsof je verkouden bent, ook al ziet niemand je, omdat je je schaamt voor je gemoed.

Het geluid werd enigszins gesmoord door straatrumoer dat hoort bij een stad die ontwaakt op een zomerochtend: de rinkel van een tram, een raam op een derde verdieping dat iemand open of dicht probeerde te krijgen, een langsrijdende scooter.

Toen die waren weggestorven, hoorde ik het gesnotter weer en begreep ik ook waar het vandaan kwam. Het was het souterrain aan de overkant van de straat. Ik zou er langskomen en naar binnen kunnen kijken.

Koos en ik staken over en bij het half geopende raam, keek ik naar binnen.

Hij was een jaar of zestig. Hij hing in zijn stoel voor de televisie. Om hem heen een paar pizzadozen. Op zijn schoot zijn iPhone en tegenover hem zijn televisie.

Hij huilde om een film.

Omdat ik wilde weten naar welke film of welk programma hij keek, liep ik weer langs zijn benedenwoning, waarbij ik Koos als excuus gebruikte. Ik deed net of die een drol had gedaan die ik keurig met mijn poepzakje zou oprapen. Nieuwsgierigheid moet iets te maken hebben met overlevingsdrift en is in 90 procent van de gevallen nutteloos. Wat heb ik er aan om te weten om welke film hij huilt?

Ik raapte de drol op die er niet was en zag dat het de tragische, romantische filmmusical Cabaret was uit 1972, van Bob Fosse. Over het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hij speelt in Berlijn 1931 en ieder personage wil vluchten, omdat hij Jood is, homoseksueel is, arm is… Dat lukt niet.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden