Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Dit is mijn mooiste herinnering aan Carmiggelt

PlusTheodor Holman

Gisteren was het 75 jaar geleden dat Simon Carmiggelt zijn eerste Kronkel schreef, merkte twitteraar @Biblio­filie op.

Ik heb Carmiggelt een paar keer kort gesproken, ik heb hem een keer geïnterviewd (samen met Matthijs van Nieuwkerk), maar de mooiste herinnering bewaar ik aan hem toen ik een jaar of zestien was, spijbelde en naar het Stedelijk was gegaan. Ik was stiekem via de tuin het museum ingekomen. Dat was een geheim dat ik al vanaf mijn tiende kende. (Ik woonde vrijwel tegenover het Stedelijk.) In die tuin was een vijver en als je voorzichtig langs de rand liep kon je op de brede trappen komen en die gaven weer toegang tot het museumrestaurant. Daar ging ik zitten. Het is onvoorstelbaar, maar in die tijd (1969) zat daar bijna niemand.

Daar zag ik Carmiggelt.

Ik durfde hem niet aan te kijken, want hij schreef. Ik zette mij schuin achter hem om hem goed te bestuderen.

Hij schreef in een schrift en met ballpoint. Waarschijnlijk was dat zo’n schrift met ruitjes van Gibert Joseph. Gekocht op de Boulevard Saint-Michel nummer 30. Toen ik twee jaar geleden in Parijs was, was de ‘papeterie’ net een dag gesloten.

Carmiggelt was kleiner dan ik me had voorgesteld. En hij had een pioenrood hoofd.

Het schrijven leek hem niet te lukken. Soms schreef hij iets op, streepte dat door en rookte een sigaret. Er kwam een juffrouw langs en die bracht hem een kop koffie. Ik nam ook een koffie, die kostte toen vijftig cent, meen ik. Simon was lang aan het staren. Nu is hij aan het verzinnen, dacht ik. Na een uur hield Carmiggelt het voor gezien en vertrok. Wat me opviel, was dat hij zijn schriftje in een leren kantoortas stopte. Zo’n tas had mijn vader ook. Had Simon daar nou alleen zijn schriftje inzitten? Toen hij wegliep, was hij een man die met tegenzin naar zijn baan als ambtenaar bij de gemeente slenterde, terwijl hij waarschijnlijk naar het café ging.

De dagen die volgden, sloeg ik meteen Kronkel op, maar er was er niet één die zich in het Stedelijk afspeelde.

Destijds gaf het zien van een werkende Carmiggelt me op een of andere manier moed. Ik wist toen al dat ik schrijver wilde worden, maar durfde het niet. Maar nu had ik een levend voorbeeld. Een man met een kantoortas waarin een schriftje zat.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden