James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Dit is mijn allerlaatste column voor Het Parool

PlusJames Worthy

Op 10 februari 2016 stond mijn allereerste column in deze krant en dit hier is mijn allerlaatste. Het is nummer 761. 761 is ongetwijfeld niemands geluksgetal.

Ik had dit tot mijn dood kunnen blijven doen. Ik had op mijn 87ste in het harnas willen sterven. Midden in een column. Twintig zinnen van een einde. En dat mijn vrouw en zoon dat dan op mijn grafsteen zouden zetten. Hij kwam twintig zinnen tekort.

Ik wil jullie bedanken. De lezers. Het was een eer om voor jullie te schrijven. Om door jullie gelezen te worden. Aan de keukentafel of op de bank of aan een bar in een kroeg. Net voor het eten of tijdens het eten.

“Hoe was je dag, schat?”

“Sorry, ik ben even de krant aan het lezen.”

Ik ga je missen. Het meisje dat klaar is om uit te gaan, maar op haar vriendin zit te wachten die niet weet wat ze aan moet trekken. Het meisje zit op bed met de krant. Haar nagellak zo goed als droog en haar lippen brandweerwagenrood.

PS25. Ze leest wat zinnen en droomt weg. Ze leert niets, helemaal niets, maar misschien voelt ze iets. Ze heeft zin om te dansen straks. Precies op de maat of, nog mooier, net ernaast.

Ik ga je missen. Mopperende man in een broodjeszaak. Hangend over de krant van gisteren. Een mosterdvlek op het weerbericht. De mondhoeken volledig dichtgekit met Zaanse mayonaise.

Ik ga dit missen. Mijn plekje in de krant. Het is niet veel, maar het is van mij. Was van mij. Een dikke streep, een dunne streep en een tekening van de man die ik vier jaar geleden was. Een jongeman in een grijs overhemd die het leven probeerde te begrijpen. Net kapsel, rommelige baard. Een hiphopper, een jongen van de straat.

Ik ga dit missen. Het ongegeneerde geflirt met onze taal. Met onze stad. Vier jaar lang heb ik geprobeerd om Amsterdam te versieren, maar ze bleek moeilijk te veroveren. Nooit had ze vlinders in haar Buikslotermeer.

Ik ga dit zo missen. De kleine verhaaltjes in de grote stad. Een oude man op een brug. Een mensenvrouw die in Artis bevalt. Een zakkenroller die het huiswerk van een tiener steelt, zodat de tiener morgen een goed excuus op school heeft. Een jonge vader die voor het eerst door de wasstraat rijdt met zijn pasgeboren zoon. Het meisje van die ene koffiezaak op de Haarlemmer­straat die iedereen altijd twee koekjes bij de koffie geeft in plaats van een. Moderne liefde in de Beethovenstraat. Een hond die in de goot poept. Een demente vrouw die voor heel eventjes precies weer weet wat lekker is als ze op de Albert Cuyp een warme stroopwafel eet. De hoopvolle futiliteiten. De wonderschone wissewasjes.

Ik had dit tot mijn dood kunnen blijven doen. Misschien zelfs langer dan dat, maar het is niet anders.

Dankbaar ben ik. Voor alles. Lieve lezer, zorg goed voor deze krant. Het is een mooie krant.

Wat ik ga doen? Ik weet het niet, maar mijn zinnen zullen u vinden. Als sint-bernardshonden in de sneeuw. Als de meest ondoordachte, nachtelijke liefde op het Leidseplein.

Ik zal u vinden als u mij zoekt.

Lees alle columns van de in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden