Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Dit is een land vol hekjes­fetisjisten, aanlijnpleiters en rubberen tegelplakkers

PlusRoos Schlikker

Het was nacht. Stikdonkere nacht. In de mist boven de stoep doemde het silhouet op van een vrouw in een web. Ze mompelde, draaide, siste. Het web verplaatste zich, de draden wentelden, kronkelden als armen van een octopus rond haar benen. Haar stem piepte.

“Nee, niet doen Felix. Jaaaaa Bolletje, kom, plassen maar. Pluisje: nu moet ie komen. Kakkiekakkie. Aaaah, niet opeten, da’s de stront van je zuster. Ciske, niet weglopen nou. Nee! Nee! Ciske de Kat, HIERRR!” Waargebeurd? Dat had gekund. Maar het liep een tikje anders.

Frenkie de hond woont nu een maand bij ons en het zindelijk worden gaat steeds beter, mits we hem elke twee uur uitlaten en geduldig wachten tot hij alles heeft laten lopen.

Vandaag deed ie er echter lang over. We scharrelden bij een parkje. Hij komt er graag. Ik iets minder graag, want het is het parkje van de boze mevrouw. Laatst sprong Frenkie dolenthousiast de bosjes in, waarop ze schreeuwde: “Die hond mag daar niet komen! Er staat een hek voor! Dat is niet voor niets!” En inderdaad. In het woekergroen bleek een verroest Madurodam-afrasteringetje te ontwaren dat ik blijkbaar dommig genegeerd had.

“Sorry hoor,” fleemde ik. “Het is een puppy, dit moeten we allemaal nog even leren.” Ze haalde haar neus op. “Kan me niet schelen dat het een puppy is. Het is een hond. En achter het hek is het ver-bo-den voor hon-den.”

Ze had vast enorm gelijk. Net als de mensen die fulmineren dat we in Nederland te veel katten hebben die vogels opvreten en dat er slechts één oplossing is: we moeten onze poezeknollen voortaan aangelijnd uitlaten.

Ik grinnikte toen ik het deze week las, maar het bericht bleek bloedernstig.

Zou het echt zover komen dat we straks gebroederlijk op grasveldjes staan te wachten tot poes Floepie een poepie heeft gedaan? Prettige wedstrijd zou ik zeggen, want een kat iets op commando laten doen is hetzelfde als Trump die veganistisch wordt: won’t happen.

Mijn vier katten komen overigens nimmer buiten. Soms landt er een duif op het balkon en beginnen ze mans te mekkeren, waarna het beest hen zijn volgevreten vogelreet toedraait en doodgemoedereerd in de tomatenplant begint te pikken. (Wellicht moeten we vliegende ratten ook aanlijnen. Tijd voor een petitie!)

Ach, natuurlijk is het aandoenlijk, alle manmoedige pogingen van de mens om chaos in toom te houden. Niet voor niets sta ik al braaf met mijn schijtzakje klaar nog voor er enige peristaltische beweging in mijn hond heeft plaats gevonden.

Maar het beangstigt ook. Dit plat­geslagen, platgetreden land vol hekjes­fetisjisten, aanlijnpleiters en rubberen tegelplakkers. Vlak voor landing boven Schiphol zie je het al: het volledige landschap is rechtlijnig ingekaderd. En soms, heel soms beukt het anarchistische hart.

Waardoor het wellicht zo was dat tijdens een stikdonkere nacht in een mistig parkje een vrouw van middelbare leeftijd even snel haar ogen dichtkneep toen een pup midden tussen het groen een sissende plas deed. Ze had het gelijk totaal niet aan haar zijde. Maar opluchten deed het wel.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden