PlusColumn

Dit is de eerste keer dat hij iemand een bloedneus slaat

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Na de verjaardag van een kennis loop ik door de Kerkstraat. Het is zo diep in de nacht dat ik, als ik mijn tenen helemaal uitstrek, de bodem van morgen al kan aan­raken.

Kennis. Vroeger vond ik het een afgrijselijk woord, kwetsend zelfs, maar tegenwoordig heb ik liever dat mensen mij kennis noemen dan vriend.

Een kennis is een vriend zonder verwachtingen. Een kennis kan nog verrassen. Een kennis is iemand die je kent. Een bekende van je. Iemand die bekend bij je is, maar nog niet geliefd. Die liefde kan altijd nog komen, maar hij is er niet en een liefde die er nog niet is, is een liefde die je nog niet hoeft te onderhouden.

Op de hoek van de soepwinkel zie ik twee mannen met de ribbenkasten tegen elkaar aan staan. Ze proberen elkaar zonder de armen te gebruiken weg te duwen. Dit gaat bijzonder moeizaam. Dan geeft de kleinste man de eerste klap. De andere man schrikt van de klap. Hij wist nog niet dat de armen gebruikt mochten worden. Hij gaat met twee vingers langs zijn neusgaten en kijkt daarna naar hoe de vingers van kleur zijn veranderd.

De kleinste man kijkt naar de bloedneus van zijn ­vijand. Dit is de eerste keer dat hij iemand een bloedneus slaat. Vol verbazing kijkt hij naar zijn knokkels. Maar dan valt het kwartje. Bloed is een omslagpunt. Hij kan niet meer terug. Bloed maakt alles officieel. Het is te laat voor verontschuldigingen. Bloed maakt alles ­gewichtiger. Dit gevecht zal hij tot het einde moeten vechten.

De man met de bloedneus kijkt naar zijn eigen bloed. De rode vloeistof lijkt hem aan te moedigen. Het lijkt hem te zeggen wat hij moet doen. Wat de volgende stap is. Hij trapt de andere man in de buik en is zo tevreden met het resultaat dat hij een soort pirouette maakt. Daarna blaast hij een kus naar de sterren.

De andere man kruipt overeind. Hij strijkt met een hand over zijn buik en kijkt naar zijn vingers, maar ziet geen bloed. Hij vervloekt het gebrek aan bloedbereidwilligheid van zijn pens. De man heeft bloed nodig, en wel nu.

Ik twijfel of ik in moet grijpen, maar niet veel later twijfel ik of ik wel moet twijfelen. De mannen vechten in het holst van de nacht een goudeerlijk gevecht uit. Kom op. Als ik nu ingrijp, kijk ik in feite neer op een eerlijk handgemeen. Ik laat ze.

De man met buikpijn doet alsof hij met links wil slaan, maar haalt met rechts uit. Zijn rechtervuist is tot de kootjes toe gevuld met alles wat hij nog in zich heeft, maar de andere man weet precies op tijd te bukken.

De bloedneusman moet lachen om zijn eigen afweerbeweging. Dit soort dingen ziet hij normaal alleen in de films van Steven Seagal.

De buikpijnman neemt in kleermakerszit plaats op het trottoir. Hij kan niet meer.

"Heb je pijn in je buik?" vraagt de andere man.

"Heel erg, het voelt alsof mijn schoonmoeder heeft gekookt."

"Sorry, vriend."

"Het is niet erg. Sorry voor die bloedneus."

Ik loop naar de mannen toe en vraag of ze vrienden van elkaar zijn. Ze zeggen ja en vragen daarna aan mij wie ik ben.

"Gewoon een kennis."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden