Maarten Moll Beeld Sjoukje Bierma
Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Dit huis is hun laatste huis

PlusMaarten Moll

Ik kijk uit over de oprit. Er staat een vreemde, rode auto. En niet onder de carport, maar vlak voor een spiksplinternieuwe garage. De voortuin is ook anders. Een strak gazon in plaats van struiken en planten en boompjes. Blijkbaar wonen er andere mensen in het huis.

Het is een visioen.

Voor we gisteren de snelweg op zouden schieten om weer naar het westen te razen, wilden we nog even langs bij mijn ouders in D. We stopten voor hun huis.

Ik keek uit over de oprit. Er stond geen auto. Ik moest toch heel even aan het visioen denken. Maar ik zag de oude carport, en de vertrouwde tuin. En ik herinnerde me dat mijn moeder had gezegd dat ze die ochtend samen naar de kapper zouden gaan. Vergeten.

Dat huis, waar ze al bijna dertig jaar wonen, is hun laatste huis.

Deze zomer ben ik met M. een keer in D. langs de huizen gefietst waar ik heb gewoond voor ik door mijn moeder over de Oude IJssel werd geschopt om de wereld te gaan verkennen. Keppelseweg, Airbornestraat, Kruisbergseweg, Steinlaan, Horstingstraat.

Visioenen van die huizen heb ik nooit gehad, omdat mijn ouders toen nog niet zo sterfelijk waren. Het was ook geen somber-nostalgische rondrit, omdat we terugkeerden bij het huis waar de auto op de oprit stond, en we daar nog lang in de tuin hebben gezeten en gelachen.

We besloten niet op mijn ouders te wachten, en reden bij het huis weg. Richting snelweg, bij het park waar een tank van de Canadezen staat, reed een zwarte auto voorbij. In een flits zag ik de pet van mijn vader. We keerden, en reden weer terug en parkeerden voor het huis.

Ik keek uit over de oprit. Mijn net gekapte ouders stapten uit de auto.

Dat ging niet zonder moeite, en het duurde even. In de tachtig zijn ze. Alles piept en kraakt. Mijn moeder kwam tevoorschijn in een schitterende blauwe jas die ik haar niet eerder had zien dragen. (“In Varsseveld gekocht!”) Mijn vader hield zich vast aan het portier toen hij uitstapte.

Ze hadden ons nog niet gezien. Ik keek naar twee mensen die het met elkaar nog prima weten te redden. Ik voelde van alles, maar vooral vond ik het jammer dat ik geen filmpje van het uitstappen had gemaakt.

Binnen dronken we koffie. Aten een bolus. Hoorden verhalen over de huisarts die zich achter het huis had omgekleed en in een wit, beschermend pak was komen kijken hoe het met mijn ouders ging.

“Ik ga even slapen,” zei mijn vader.

We besloten richting huis te gaan.

In de gang stond een zuurstoffles, naast een ingeklapte rolstoel.

“Willen jullie nog een paar plakken balkenbrij mee?” vroeg mijn moeder.

Nog ben ik een kind.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden