Plus Column

Dit heb ik van Anthony Bourdain geleerd

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik vind het heerlijk om van kanaal naar kanaal te zappen, maar als ik hem zie, leg ik de afstandsbediening op tafel. Hem heb ik nog nooit weg kunnen zappen. Zijn verhalen, zijn stem, en hoe hij de wereld probeert te ­begrijpt door middel van kauwen en doorslikken.

In de aflevering van vandaag zie je hem in Vietnam. Het is avond, misschien zelfs nacht. Hij zit op een plastic krukje aan een plastic tafeltje met stokjes uit een kommetje te eten.

Zijn bril ligt op het tafeltje. Hij drinkt een lokaal biertje. Een oude vrouw met een boterhamzakje om haar rechterhand staat op straat te ­koken. Hij zegt dat hij gelukkig is. En dat het eten zo lekker smaakt dat hij niet meer kan nadenken. Niet meer hoeft na te denken.

Toen hij nog leefde kon ik hem niet wegzappen, maar nu hij niet meer leeft, ben ik in staat om de batterijen uit de afstandsbediening te halen nadat diezelfde ­afstandsbediening mij wederom bij Anthony Bourdain heeft gebracht. Zijn stem lijkt helderder te zijn geworden sinds zijn dood. Alle dingen die hij zegt, komen zonder te kloppen binnen. Als de doden praten, moet je wel luisteren.

Ik zie hem al jaren op mijn televisie door steden lopen. Hij zoekt naar lekker eten, maar meer nog probeert hij andere culturen te leren kennen met behulp van zijn smaakpapillen. Het mooiste aan zijn programma's vind ik dat zijn smaakpapillen het meest leren in de buurten die niet in de hippe reisgidsen staan.

En natuurlijk leer je ook dingen in restaurants waar de tafelkleden gestreken zijn en de dessertlepeltjes ongenadig glimmen, maar als er iets is wat ik van Bourdain heb geleerd, als er iets is wat ik nog steeds van hem leer, is het dat je verder moet proeven dan je tong lang is. Dat je, als je echt wilt genieten, moet vergeten wat je hebt geleerd.

Vorige week was ik in Napels. Ik sliep in het duurste hotel van de stad. In de nacht voelde ik me eenzaam, dus toen zette ik de televisie aan. En na 61 keer zappen, zag ik hem in Jamaica. Hij stond naast een rood muur­tje. Op het muurtje stond zijn eten en een lokaal biertje. Je kon de straathonden horen piepen bij elke hap die hij van zijn kip nam. En toen wist ik het.

Ik trok mijn badjas uit en mijn kleren aan en een half-uur later liep ik door een achterbuurt op zoek naar eten. Bodywarmer dragende jongens op scooters schoten ­rakelings langs me en daarna stopten ze om me lang­durig aan te kijken. Vijandige ogen onder geëpileerde wenkbrauwen.

Ik liep een tentje binnen. De vrouw achter de toonbank liet haar brandende sigaret in een frisdrankblikje glijden. Er stond een radio aan. De muziek kende ik niet en de geuren die ik rook, kende ik ook niet. Ik at er een broodje sardientjes waar ik met alle liefde mee had willen trouwen. De vrouw genoot van hoe ik aan het genieten was. Dat broodje was haar leven.

Het was haar jeugd, haar trots, haar eerste liefde en haar kleinkinderen. En ik proefde het allemaal. Ik proefde het allemaal in een buurt waar mijn hersenen niet wilden zijn. Maar als je echt lekker wilt eten, zul je je hersenen uit moeten schakelen. Dat heb ik van Bourdain geleerd.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden