Column

Dirk Kuijt is geworden wat wij allemaal wilden

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Twintig jaar geleden speelde ik met de B1 van DWS ­tegen de B1 van Quick Boys uit Katwijk. Ik was een ­kleine blonde jongen met een droom. Nummer 4.

Ook mijn directe tegenstander was klein en blond, maar hij droomde niet. Hij was niet snel en hij was niet over­dreven technisch, nee, deze jongen had niet de luxe om te dromen, dus deed hij het maar gewoon.

Gewoontjes, dat was hij. Er ging geen dreiging van hem uit en juist dat vond ik zo dreigend aan hem. Ik wachtte op dat ene moment. Eens zou hij zijn ware ­gezicht laten zien, ik wist het zeker. Twee minuten voor tijd zag ik zijn ware gezicht. Hij scoorde, omdat ik er ­onbewust toch van uitging dat hij nooit zou kunnen scoren. Hij wiegde me zorgvuldig in slaap en stal mijn droom. Zijn ware gezicht bestond uit twee blauwe ogen en een neus voor de goal.

Tien jaar later speelde hij voor mijn Liverpool. Ik zat in het stadion toen hij zijn tweede doelpunt voor de club maakte. Het was tegen Tottenham. Ik zat achter het doel. En eigenlijk kwam ik voor spelers als Riise, Gerrard en Xabi Alonso naar het stadion, maar ik keek negentig minuten lang naar hem. De jongen die ooit zo gewoontjes was, was nog steeds gewoontjes. Buiten­gewoon gewoontjes.

Ik keek naar hem. Ik volgde hem. Zelfs als hij rende, stond hij met beide benen op de grond. En toch leek alles wat hij deed hem kracht te kosten. Niets ging namelijk vloeiend. Hij voetbalde als een wadloper met wind tegen.

Zondag schoot hij Feyenoord met drie goals naar de landstitel. Twee minuten voor tijd brak hij bijna. Je zag hem even spartelen, zoals hij eigenlijk al zijn hele voetbalcarrière spartelt.

Niemand kan zo wonderschoon spartelen als Dirk Kuijt.

In het moderne voetbal draait het om finesse en om de bal aan een touwtje hebben, maar Kuijt heeft de bal al meer dan twintig jaar aan een snotsliert. In het moderne voetbal draait het alleen nog maar om wonderkinderen met grenzeloze mogelijkheden, maar zondag draaide het voor heel even om een man van zesendertig. Een man die ooit een jongen was. Gewoon een ­jongen. Geen wonderkind.

Zondag draaide het voor heel even niet om een begaafde voetballer met een ­timmermansoog, maar om een voetballer met een ­wonderschoon timmermanshoofd.

Dirk Kuijt is geworden wat wij allemaal wilden en ­misschien wel hadden kunnen worden, alleen wilde hij het net een beetje meer. Waar wij droomden, had hij al snel door dat dromen een ander woord voor nietsdoen is. Talent is niets meer dan een ziekte als je niet hongerig genoeg bent.

Zondag volgde ik Kuijt wederom de hele wedstrijd. De andere negen veldspelers zag ik niet. Ik keek alleen naar hem, omdat ik wist dat hij niet zou breken. Dat is wat Dirk is. Hij is de teennagel die nooit breekt.

Ik keek naar hem en hoe hij de schaal omhooghield. Met zijn zoontje op zijn schouders. Ik keek naar hem en hoe hij een stad die de laatste jaren de definitie van ­miskend was geworden, zijn zelfvertrouwen teruggaf.

Ik zag zijn ware gezicht. Zijn volmaakte gewoonheid. De grootste gave waar Dirk Kuijt over beschikt, is dat hij over geen enkele gave beschikt.

Hoe Dirk Kuijt zondag zijn eigen heldenepos schreef

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden