Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Dinsdag werd een kind te vondeling gelegd op het Amstelveld

PlusMaarten Moll

Dinsdag werd een kind te vondeling gelegd op het Amstelveld.

De bekendste vondeling die we kennen is een vondeling van papier.

Rémi.

‘Ik ben een vondeling.’ Met die woorden begint het kinderboek Alleen op de wereld (1878), van de Franse schrijver Hector Malot (al in 1880 verscheen de eerste Nederlandse vertaling, maar dit is een citaat uit de in 1999 verschenen integrale vertaling van August Willemsen).

Wat een ellende. Het is het eerste boek dat me aan het huilen bracht. Ik las een sterk ingekorte versie toen ik een jaar of negen, tien was.

Eerst die hardvochtige vader die soep wil, terwijl Rémi’s moeder net flensjes aan het bakken is. Dan komt de achtjarige Rémi erachter dat zijn ouders zijn ouders niet zijn, oja, er is dan al met veel gesnik een koe verkocht, dan wordt ie zelf verkocht, aan een muzikant, en dan gaan er ook nog dieren dood (hond, aap). En aan het eind vindt hij zijn echte moeder, schijnt, maar zover ben ik nooit gekomen.

Bij de flensjes moest ik al huilen en werd ik door mijn oudere broers uitgelachen.

Rotboek. (Die aap had zijn generaalsuniformpje aangetrokken vlak voor hij stierf. Wat het nog zieliger maakte. Die Malot was een sadist.)

Maar Rémi was niet van vlees en bloed.

Dinsdag werd op het Amstelveld een kind te vondeling gelegd.

233 jaar geleden.

Het was een jongen, en hij kreeg de naam Jacob Tussensteen. Omdat hij op 18 augustus 1787 op het Amstelveld werd gevonden, ‘tussen de stenen’. Ik weet dat omdat ik de kleine, maar ontroerende tentoonstelling Vondelingen heb bezocht, in het Stadsarchief. Het is het verhaal van het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht in de periode 1780-1830, waar vondelingen werden ondergebracht.

Sommige vondelingen kregen een briefje mee waarop stond hoe ze genoemd moesten worden (alleen de voornaam) en dat het kind later wellicht weer zou worden opgehaald. Sommigen kregen geen briefje mee. Zo kreeg een op 11 juni 1791 te vondeling gelegd jongetje de naam Abel Weetniet.

Maar van hem weten we dan weer wel zijn geschiedenis. Hij verlaat op zijn achttiende het Aalmoezeniersweeshuis, dient in het leger van Napoleon, keert terug naar Amsterdam, trouwt (acht kinderen), wordt grensbewaker op de Waddeneilanden en sterft in 1859 op Texel, 68 jaar oud. Wat een leven! Daar hebben de schrijvers uit die tijd toch een kans laten liggen de Nederlandse Alleen op de wereld te schrijven.

En wat ik alweer was vergeten: in 2002 werd Luca (met briefje) in een Amsterdamse Burger King achtergelaten, en in 2017 werd Amir (zonder briefje) op CS helemaal alleen gelaten.

Het woord vondeling is nog lang niet rijp voor het vergeetwoordenboek.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden