PlusMaarten Moll

Dierendag

Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Gisteren was het Dierendag.

Ik stond voor het raam naar buiten te kijken. En na te denken over wat ik had gehoord: dat er regendekjes te koop zijn voor honden. Kleine kortsluiting in mijn hoofd.

Zo haal je alle weerbaarheid uit de wereld.

Een regenpakje voor Bep? Nog in geen honderd jaar.

Jas aan, en even later liep ik met de naakte Bep over straat.

We kwamen een onbekende hond met een onbekende bazin tegen. Groot beest, neus in de lucht, niet geïnteresseerd in iets kleiners. Bep danste om haar heen. De hond had een fonkelnieuwe gele halsband om. Met ­belletjes.

“Hmmm,” zei de bazin wat bits, kijkend naar Bep, “Dat klinkt niet goed, hoor. Je mag haar nagels weleens laten doen. Ik ken een hond… ach, laat ook maar. Kom, Esmeralda!”

Ik keek naar de poten van Bep. Dat kon toch nog wel?

Ik was ook niet benieuwd naar de hond die ze kende.

Bep stribbelt altijd geweldig tegen als we haar nagels willen knippen. Heel zielig.

“Het is Dierendag!” riep de vrouw ons nog na.

Oké dan. Al verder lopend belde ik Trimsalon Coco. Ik kreeg de ingesprektoon.

Dierendag.

In de keuken stond een bak met brokjes van gisteren. Ik vind dat Bep eerst haar bordje moet leegeten voor ze nieuwe brokjes krijgt. (Vroeger: eerst het oude brood opeten, zodat je nooit echt vers brood op je bord kreeg.)

Trimsalon Coco was nog steeds in gesprek.

Ik herinner me een andere dag.

Mijn oudere broer die in de gang zijn jas aantrekt, de hondenriem van de kapstok pakt en tegen Flip zegt: “Ga je mee? Ga je mee?”

Woorden waar het vuilnisbakje helemaal gek van werd. Van blijdschap. Hoog sprong hij tegen mijn broer op. Blaffen van vreugde.

Mijn broer die zijn jas weer uittrekt, de riem weer aan de kapstok hangt, zich omdraait en tegen Flip zegt: “1 april!”

Flip, die al kwispelend nog lang voor de deur bleef staan, tot hij met een treurige blik in zijn ogen maar weer in zijn mand ging liggen.

Toen we allemaal waren uitgelachen, werd Flip toch nog uitgelaten, maar hij was de rest van de dag flink chagrijnig. (Een dierenbeul was iemand die zijn hond schopte, zoals die eenarmige ex-marinier van verderop.)

We liepen op de dijk. Ik zag nog twee honden met een nieuwe halsband.

“Sorry, ik kom er niet door bij Trimsalon Coco,” zei ik tegen Bep die in het gras iets gevonden had, waarschijnlijk iets van een andere hond, dat ze wat plichtmatig en schijnbaar lusteloos aan het wegkauwen was. (De laatste keer dat ze dat deed, stonk ze de rest van de dag geweldig uit haar muil.)

We zagen ook geen enkele hond waar ze blij van werd.

Te lange nagels, taaie brokjes, oude stront.

Dierendag.

Ik nam me voor om later die dag bij slager Vedder een groot, sappig bot voor Bep te kopen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden