Interview

'Die witte onschuld is ook luiheid'

De droom van Martin Luther King is nog lang niet verwezenlijkt, stelt directeur Ernestine Comvalius van het Bijlmer Parktheater. 'Nederlanders zijn zich onvoldoende bewust van hun gepriviligeerde situatie.'

Comvalius: 'Soms moet je radicaal zijn om bewustzijn te laten ontluiken'. Beeld Mats van Soolingen

De koffie gaat in de mok die ze vorig jaar bij het vijfjarig jubileum van het Bijlmer Parktheater op het Anton de Komplein in Zuidoost van de publiciteitsafdeling kreeg. 'I mean... Ernestine', staat erop. Zo werd Ernestine Comvalius (1954) liefdevol met haar neus gedrukt op de woorden die ze altijd gebruikt als de strijd het heetst wordt, als een punt moet worden gemaakt. 'Dan is het 'I mean',' lacht ze. 'I méánnnnnn,' zoals het ook vandaag zal klinken.

Zondag is de oud-activiste een van de gastsprekers op de bijeenkomst (There's More to) Martin Luther King Day in De Balie. De rol van vrouwen binnen de strijd tegen racisme, stelt de organiserende stichting Humanity in Action, wordt vaak genegeerd of gereduceerd. Daarom wordt de traditionele viering van Martin Luther Kingdag - de derde maandag van januari, rond Kings geboortedag 15 januari - aangegrepen om verhalen centraal te stellen van vrouwen die zich inzetten voor gelijkheid.

'Het klopt, wanneer men het heeft over grote leiders gaat het altijd over Martin Luther King en Nelson Mandela. Ik heb er zelf niet zo'n last van gehad, ik heb altijd vrouwen gehad als voorbeeld, daar ga ik ook zelf naar op zoek. Als puber in Nederland las ik over Harriet Tubman, de ontsnapte slavin die andere slaven hielp te vluchten, een vrouw die het voortouw nam en moedig was. En toen ik in 1969 in de VS woonde, zag ik hoe Angela Davis werd opgejaagd en gearresteerd. Rosa Parks, ook zo'n moedige vrouw! Er waren ook genoeg vrouwen die voorop liepen. En het is goed dat die nu naar de voorgrond worden geschoven, dat kun je niet genoeg doen.'

Wat voor betekenis heeft 'I have a dream' voor u, de beroemde titel van de speech die Martin Luther King in 1963 gaf?
'Mijn moeder was twintig en alleenstaande moeder toen ze mij kreeg. Toen ik twee was, is ze van Suriname naar Nederland gegaan om te studeren. Ik woonde tot mijn negende bij mijn oma en ging toen ook naar Nederland, naar een moeder die ik niet kende. I have a dream, daar was ik me toen nog niet zo van bewust. Maar 1964 in Overschie, dat was echt een andere tijd, ik was het enige zwarte kind. Ik kwam erachter dat ik anders was, dat mijn kleur anders was, mijn haar. Dan ontkom je er niet aan je te verhouden tot je omgeving en waar je vandaan komt.'

'Ik heb vijf jaar bij mijn moeder en stiefvader gewoond, maar vond het niet eenvoudig hier te aarden. Het is gepolariseerd, ik ben heel veel weggelopen. Dat is misschien ook kenmerkend voor het migrantenbestaan. Ouders die wegtrekken voor een beter leven, kinderen die goed worden opgevangen door oma's en tantes. Maar dan een gezinshereniging die vaak niet goed verloopt. Het verschil tussen het vrije leven in Suriname en hier tussen vier muren, was heel groot.'

'Als ik wegliep, ging in naar mijn tante Ine in Den Haag, daar voelde ik me veilig, daar voelde ik de warmte van Suriname nog wel. Met 'mama Ine' en mijn nichtje ben ik op mijn veertiende naar Amerika gegaan, waar ook een andere tante woonde, mijn tante Nadia. Zij, dat wil ik wel gezegd hebben, was de eerste zwarte vrouw die in Utrecht afstudeerde als arts. Ze had zich in de VS gespecialiseerd als gynaecoloog. Ik ging in Amerika naar high school, pas vier jaar daarvoor waren de gescheiden scholen opgeheven. Dat was een van de resultaten van Martin Luther King en zijn strijd. Ik heb een deel mogen ervaren van waar zijn Civil Rights Movement over ging.'

Had u als kind in Nederland veel last van discriminatie?
'Ja, al moet ik ook lachen als ik eraan terugdenk. Ik heb heel veel gevochten, ik vond dat ik móest vechten. Ik accepteerde het niet als ze me neger noemden of slaaf of roetmop. Ik was sterk, dat was meegenomen, en vocht vooral met jongens. Ik was daar fanatiek in, als ik ze niet te pakken kreeg tijdens schooltijd, pakte ik ze erna. Ik heb een goede manier gevonden om van me af te bijten en me daarnaast te verdiepen, ik las heel veel in de bibliotheek. Ik denk dat ik er daardoor niks aan over heb gehouden.'

U bent wel al heel jong actief geworden in de strijd tegen ongelijkheid.
'Dat was ook de tijdgeest, het was de tijd dat de hele wereld in beroering was. Ik ging in mijn puberteit soms op bezoek bij een oom die in Utrecht studeerde en hoorde daar de gesprekken over onrecht in zijn studentenflat, hij was actief in de Surinaamse studentenvereniging. Het fascineerde me en ik voelde me er ook bij horen, ik werd er naartoe getrokken.'

'De Amerikaanse jaren zijn bepalend geweest voor mijn vorming. We woonden in een goede buurt, tussen rijke blanken. Als we een taxi naar huis namen, zette die ons vaak ergens anders af, want het kon niet waar zijn dat wij daar woonden. Mijn nichtje en ik sloten ons aan bij de Black Student Union. En we gingen naar de rally's van de Black Panthers, in het geheim, we hadden geen toestemming van thuis. We kochten onderhands bladen van de Black Panthers in de mall, we volgden alles.'

Toen u eenmaal zelf in Utrecht ging studeren, had u toen de overtuiging dat u die strijd hier moest voortzetten?
'Ja, heel duidelijk. Er was een groeiend bewustzijn, wij waren actievoerders. Het was een generatie die internationaal heel solidair was, bijvoorbeeld met de Vietnamdemonstraties. Het ging ons nooit alleen om Surinamers, maar om alle migranten, of minderheden zoals ze toen werden genoemd. We voerden actie om het minderhedenbeleid in de prullenbak te gooien, omdat die minderheden als de probleemmakers werden afgeschilderd.'

'Eigenlijk, als ik naar mag zijn, zoals Mark Rutte nu doet, als hij over discriminatie op de arbeidsmarkt alleen maar weet te zeggen dat 'ze zich er maar tussen moeten zien te vechten'. Wiens minister-president ben je dan? Als ik nu de jongeren met hun acties zie, moet ik terugdenken aan die tijd, daar heb ik veel sympathie voor. Bijvoorbeeld hoe ze zwarte piet aan de kaak stellen. Er wordt veel ophef gemaakt over dingen waarvoor geen ophef nodig is. Dat ze hebben gedemonstreerd met Black Panther-mutsen - what's the big deal? I mean, ze geven een signaal af: we zijn tegen, we maken gebruik van ons democratisch recht. Dat is wat wij ook deden.'

Er is de afgelopen maanden ook veel gezegd en geschreven over 'white privilege', naar aanleiding van de beweging Black Twitter, die blanken wijst op de privileges waarvan ze zich niet bewust zijn.
'Die white innocence, de witte onschuld. Ik besef dat meer inzicht nodig is en soms moet je radicaal zijn om dat bewustzijn te laten ontluiken. Hoe vaak heb ik niet van heel leuke, aardige mensen gehoord: die slavernij, dat is zo lang geleden, we moeten nu echt een punt zetten achter dat gezeur. Maar wij ervaren tot de dag van vandaag de gevolgen: in denken, zelfbeeld, gewoonten. Het zijn de verhalen van onze overgrootouders, het is onze geschiedenis, moeten we die dan zomaar vergeten?'

'Het is ook luiheid, want zoals de slavernij invloed heeft gehad op mij, heeft die ook invloed gehad op Nederland. De geschiedenis heeft betrekking op beide partijen, dat werkt door. In Engeland en de VS hebben witte mensen zich uitgesproken tegen slavernij. Hier niet, hier heeft ontkenning plaatsgevonden. Toen premier Balkenende destijds de Nederlandse VOC-mentaliteit roemde, was dat een klap in ons gezicht. Die VOC-mentaliteit, dat was róófzucht.

I mean... die pijn die aan ons is overgedragen ­- want dat is het - moeten wij dan maar overwinnen?'

'Nederlanders zijn zich onvoldoende bewust van hun geprivilegieerde positie, maar ik breng het niet meer zo bozig als de jongere generatie. Ik ben geen activist meer. Ik had dit gesprek eigenlijk willen beginnen met te zeggen dat ik niet graag in het openbaar praat over racisme. Ik cre­eer dat andere Nederland in mijn werk, hier in het theater, waar we andere omgangsvormen belangrijk vinden, waar altijd sprake is van respect en geen enkele groep een andere overheerst. Ik wil het liefst de illusie creëren dat dat mogelijk is in Nederland, de illusie dat het al zo ís. Wat ik wil is bouwen zonder de ogen te sluiten voor de werkelijkheid. En die dream van Marin Luther King is nog steeds niet verwezenlijkt. Al is er wel veel gebeurd, we zitten nog middenin die droom.'

(There's more to) Martin Luther King Day, 17 januari 16 uur, De Balie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden