null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Die vos bij het Centraal Station: hij doet iets wat mij nog nauwelijks lukt

PlusNico Dijkshoorn

Enkele jaren geleden ging ik niet helemaal lekker. Gedoe met mijn hoofd. Ziekenhuisbezoek. Piekeren. Overlijdensadvertenties lezen, dat werk. Alsof hij het voelde liep er, precies in die tijd, in Zweden een eland een supermarkt binnen. Daar stond een stukje over in de krant.

Hij was langs de broodafdeling gewandeld, had verbaasd aan de dopjes van de frisdrank geroken, schrok van het verpakte vlees en – nu komt het – ging geduldig in de rij staan bij de kassa. Ik was, voor in ieder geval een dag of drie, op slag genezen.

Nu voel ik dezelfde sensatie. Ik zakte vanochtend net weg in het nieuws. Ik las dat er een nog besmettelijker variant van het Covid-19-virus stond te trappelen om door Europa heen te razen en weer kwam De Natuur to the rescue: er is een vosje gesignaleerd bij het Centraal ­Station. Daar zijn beelden van.

Je ziet het vosje langs overbekende stoepjes en deuren lopen en ondertussen hoor je de telefoonfilmer dingen roepen als: ‘Wadddefok, fokkeeeeevosje, waddefok, vosje, kijk dan vosje waddefokkk.’ Het is de stem van iemand die flauwvalt als je hem een bos laat zien. Van een jongen die is opgegroeid met zijn duimen op een controller.

Ik ben hem dankbaar voor het filmen. Het ­vosje beweegt precies angstig genoeg door het beeld, een beetje te vergelijken met de lichaamstaal van een man die op De Wallen van heel dichtbij een dildo bekijkt. Van welk materiaal worden die eigenlijk gemaakt? Opeens ziet hij een bekende aan komen lopen. Zo loopt dat vosje ook, alsof hij er eigenlijk niet is.

Je ziet aan zijn manier van bewegen dat het vosje ook waddefok denkt. Misschien ook: waddefok waaveelmense. Wat mij zo ontroert aan het filmpje is dat ik alles herken. De radeloosheid van die vos en dan toch doen of je als een keiharde motherfucker een stokbrood gaat kopen voor moeder vos.

De geacteerde ontkenning van zijn paniek, die herken ik. Ik probeer ook gewoon te lopen zoals ik altijd loop, maar het is lopen om het lopen. Laten zien dat ik het nog doe en me echt, nee echt ik zweer het, geen zorgen maak.

Dieren kunnen dat weergaloos. Ik ken dieren in Artis die je aankijken en daarna denk je: ík zit gevangen, niet hij. Zelfs als ze worden opgevreten kunnen zebra’s nog kijken alsof ze een leuk winkeltje zoeken waar ze hele geinige pannenlappen maken.

Dat is het, denk ik. Die vos doet iets wat mij nog nauwelijks lukt: net doen alsof alles weer helemaal goedkomt.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden