Commentaar

‘Die stuntelende corpsbal loodst mijn Groot-Brittannië uit de EU’

Om middernacht is het dan toch zover: de Britten verlaten de EU. Brexiteers juichen, remainers treuren. Voor Parool-redacteur Vincent Smits, Nederlander én Brit, is het geen feestdag.

Voor Britse leiders was het zaak om niet als te pro-Europees te worden gezienBeeld AP

“Als u mij nog eens naar de peilingen vraagt, hoop ik dat u het niet erg vindt dat ik mijzelf herhaal als een hersenloze papegaai,” zei Boris Johnson voor het Londense metrostation Gants Hill in april 2008 tegen een groepje journalisten, mijzelf incluis. Voor zijn campagne als burgemeester van Londen had hij net een bliksem­bezoek aan een synagoge gebracht. Zijn antwoord was typisch Johnson – hij weet met een kwinkslag overal mee weg te komen. Toen kon ik niet bevroeden dat deze stuntelende toff (corpsbal) mijn Groot-Brittannië uit de Europese Unie zou weten te loodsen.

Olie op het vuur

Menig voorganger van Johnson worstelde met de diepe tweespalt die de EU altijd bij de Britten opwekte. Daarbij speelt de geschiedenis een grote rol – Britten denken nog altijd met weemoed terug aan de tijd dat ze een Empire waren. Bovendien zien ze zichzelf als het Europese land dat Hitler heeft verslagen.

Sinds de toetreding tot de EU in 1973 is de relatie altijd ietwat kil geweest. Voor veel Britten was de EU de boeman. Zo zette het verbod op Brits vlees tijdens de uitbraak van de gekke­koeienziekte in 1992 kwaad bloed.

Maar Britse tabloids (net als veel politici overigens) gooiden ook vaak olie op het vuur door de EU ten onrechte de schuld te geven van allerlei zaken. Eén van de grootste boosdoeners: een jonge Boris Johnson, die in zijn columns voor verschillende media bijvoorbeeld beweerde dat de EU een verbod kende op verkoop van bana­nen in trossen groter dan drie stuks.

Voor Britse leiders was het zaak om niet als te pro-Europees te worden gezien. Premier Margaret Thatcher haalde vaak hard uit naar Brussel – ze vreesde een Europese superstaat – maar binnenskamers zag zij wel de mogelijkheden. Thatcher tekende bijvoorbeeld wel de Europese Akte – de eerste stap naar een interne markt.

In gat gesprongen

De groeiende eurosceptische blik bij de Britten werd de Conservatieve premier David Cameron fataal. In een poging de kwestie voor eens en altijd te beslechten riep hij een referendum uit over de brexit. De uitkomst is bekend en in de drieënhalf jaar durende chaos die erop volgde, was er één man die steeds weer boven kwam drijven: Boris Johnson. Als een ervaren pokerspeler sprong hij op het juiste moment – juli vorig jaar – in het gat dat ontstond door de politieke impasse. Zes maanden later is de brexit een feit en vanaf middernacht (23.00 uur bij de Britten) is Groot-Brittannië EU-lid af.

Naar Australië geëmigreerd

De ochtend na het referendum maakte ongeloof zich van mij meester. Nee toch? Als Britse Nederlander heb ik altijd alleen maar voordelen gezien in de Britse EU-deelname. In de drieënhalf jaar van Brits politiek gekonkel daarna heb ik mij meermaals boos gemaakt om zoveel ­leugens, onwetendheid en onwil.

Inmiddels maak ik me vooral zorgen om mijn familieleden en vrienden – verdeeld in voor- en tegenstanders. Jonge neefjes en nichtje zijn bang dat ze door een eventuele recessie straks geen baan meer kunnen vinden. Zij en hun ouders willen een Iers paspoort aanvragen. Mijn 75-jarige oom is blij dat we eindelijk van dat Brusselse zooitje af zijn. Een neef is met zijn gezin naar Australië geëmigreerd.

Maar die brexit is er en daar veranderen we niks meer aan. Tijd om de ketel op te zetten voor een pot thee en op zijn Brits door te ploeteren. Ofwel: ‘Keep calm and carry on.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden