Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Die muziek was voor mij gemaakt, alleen voor mij

PlusMaarten Moll

Sommige dingen gaan nooit verloren.

Ik fietste over een gracht en dacht na over een roman van Simenon.

Tot ik merkte dat ik was blijven staan, een voet op de stoep. Mijn ogen hadden zich aan iets gehecht.

Aan een donker voorwerp aan het stuur van een fietser die langsreed.

Had ik dat goed gezien?

Maar de vrouw, gestoken in een vrolijk wapperende jurk, reed net de hoek om.

Even later, ik was net bij Onder de Ooievaar de Utrechtsestraat opgedraaid, zag ik weer die donkere vlek. Een man reed voorbij met een plastic tas aan zijn stuur.

Je ziet het duizend keer per dag, iemand met een tas aan het stuur, het is zo gewoon dat je het niet meer registreert.

Het was de kleur.

Een zwarte plastic tas was het die daar aan het stuur bungelde.

Ik dacht dat die uit het straatbeeld was verdwenen.

Concerto, stond er in gouden letters op de tas.

Ik kon de tas wel dromen. (Uit de tijd dat ik nog plastic tassen spaarde.)

Er staat een afbeelding van muziekinstrumenten op, waaronder een gouden saxofoon.

Ernaast, in kleine letters: Grammafoonplaten.

Het is een iconisch beeld.

Hoe vaak was ik zelf niet door de Utrechtsestraat gefietst met zo’n tasje aan het stuur?

Met een lp van de Fatal Flowers, of True West?

Ik herinner me nog een miniconcert in Concerto van Russ Tolman, een van de voormannen van True West. Hij zong een lied over een roeiboot dat heel lang in mijn hoofd bleef zeuren.

Het was ook daar, in Concerto, dat ik een moment van openbaring meemaakte, zoals dat je misschien maar één keer in je leven overkomt.

Ik hoorde muziek, en die muziek ging in mijn hele lijf zitten, nam bezit van mijn bloed. Die muziek was voor mij gemaakt, alleen voor mij. Dit was waar ik naar had gezocht, waar ik altijd naar op zoek was geweest.

Bij de kassa vroeg ik wat ze daar draaiden. Niet te enthousiast, want er stonden ook chagrijnen die dan meteen een ander plaat opzetten. Het was niet de bedoeling dat iedereen zijn smaak deelde.

Maar deze man, hij werkt er nog steeds, dun blond haar, gaf me naam en rugnummer, Hollywood Town Hall, van The Jayhawks. Ik wist niet hoe snel ik thuis moest komen met die cd.

Nu haastte ik me de ander kant op. Naar Concerto. Fiets tegen een van de ramen.

Wat is dat toch een heerlijke winkel.

Na een half uurtje stond ik bij de kassa met twee cd’s van Lukas Nelson (de zoon van Willie).

“Gaat het zo mee?” vroeg de man met het dunne haar.

Ik deed er nog snel een stripboek bij uit het schap bij de kassa, een Blueberry die ik nog niet kende.

En daar kwam de plastic tas tevoorschijn, gevuld met de buit.

Buiten hing ik de tas aan het stuur, en langzaam fietste ik de Utrechtsestraat uit.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden