Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Die moslimextremisten hadden absoluut het idee dat ze goed werk deden

PlusTheodor Holman

Nikki Sterkenburg heeft een boek over extreemrechts geschreven (‘Maar dat mag je niet zeggen’) dat ik toegestuurd kreeg van mijn dochter die bij de uitgeverij werkt. Ik snuffelde er wat in en las de laatste regels.

Sterkenburg schrijft over de extremisten: ‘Ze willen een gelijkvormige samenleving waarin iedereen dezelfde cultuur en/of etniciteit heeft. Ze dromen van een Nederland waarin geen ruimte meer is voor mensen die anders (willen) zijn.’

Even later hoorde ik op de radio dat er in België een klopjacht werd gehouden op de rechts-extremist Jurgen C., een militair. Hij had al afscheidsbrieven geschreven waarin stond dat hij niet aan langer wenste te leven ‘in zo’n maatschappij geregeerd door politici en virologen’. Verder schreef hij dat hij ‘in verzet’ ging.

Ik herinnerde me op dat moment dat Nikki in een interview had gezegd dat ze juist die eenzame wolven vreesde, meer dan die relatief kleine groep van extremisten. Jurgen C. leek het boek van Nikki te illustreren. Alsof ze hem, bij wijze van spreken, had ingehuurd.

Extreemrechts ken ik niet zo goed, wel heb ik, na de moord op Theo van Gogh, af en toe gesproken met extremistische moslims. Destijds meende ik dat zij, net als de Belgische militair Jurgen C., het idee hadden ‘in verzet’ te zijn. Anders gezegd: ze hadden absoluut het idee dat ze goed werk deden.

Ze hadden een ideologie van met spuug bij elkaar geplakte Koranteksten en mochten ze iemand liquideren, dan zouden ze absoluut geen berouw voelen. “Als jij in de oorlog een Duitser had kunnen neerschieten die je zuster en je moeder en je kind had verkracht, dan had je dat ook gedaan zonder berouw te voelen!”

“Theo van Gogh heeft bij mijn weten noch jullie zusters, noch moeder, noch kind verkracht,” antwoordde ik.

Uiteraard begreep ik wat er bedoeld werd. Soms moet er in de oorlog gedood worden, zeker als je eigen leven wordt bedreigd. Het woord dat zich toen aan me opdrong was ‘blijkbaar’. Blijkbaar dacht men dat er een oorlog gaande was. En blijkbaar denkt Jurgen C. ook dat hij in een oorlog zit. Hij gaat in verzet. Hij duikt onder. Hij wil strijdend ten onder gaan. Dan heeft zijn leven zin gehad. Terwijl hij tegelijkertijd beseft dat het niet helpt.

Extreemrechts voelt zichzelf ‘blijkbaar’ steeds meer in een oorlogssituatie. Men voelt zich blijkbaar bedreigd en dus bedreigen zij.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden