Plus Column

'Die letters hoorden toch gewoon bij de stad?'

James Worthy Beeld Agata Nowicka

"Maar wat vind jij nou van het verdwijnen van die letters?" vraagt een man op het Museumplein aan mij. Hij staat met zijn handen in zijn zij, dus ik weet al wat hij van het verdwijnen van de letters vindt.

"Ik houd meer van letters dan van mensen. Als ik moet kiezen tussen nooit meer ademen of nooit meer letters, dan bedrijf ik voor een laatste keer de liefde met het alfabet op mijn onopgemaakte sterfbed. Ik bezwanger de p's en zweet de w's tot de randen vol. En dan maak ik een raket van een hoofdletter Y en vlieg ermee naar de hemel."

"Die letters op dit plein deden toch niemand kwaad?"

"Mijn zoon verstopte zich graag in het holletje van de a. En ik heb ooit een keer verkering aan een meisje gevraagd onder het dakje van de r. Ik zei dat ik r altijd voor haar zou zijn. Twee weken later maakte zij het uit. Ik was m niet voor haar."

"Die letters hoorden toch gewoon bij de stad?"

"Dat weet ik niet. Tram 16 hoorde bij de stad. Eberhard hoorde bij de stad. Boekhandel Veenstra hoorde bij de stad. Mijn oma hoorde bij de stad. Tram 10 hoorde bij de stad."

"Ik hoor je, maar die letters maakten duizenden mensen per dag gelukkig. Al die toeristen konden voor heel even de stad zijn. Ze wilden voor even de stad zijn. Dat is toch vleiend?"

"Enorm. Ik begrijp als geen ander waarom ze Amsterdam wilden zijn. Ik probeer het al 38 jaar. Ik wil dat de grachten mijn naam fluisteren, dat de Westertoren Happy Birthday voor me speelt op mijn verjaardag en dat het gras in het Vondelpark twee tinten groener wordt als ik het park binnenloop."

"Ik liep een paar jaar geleden langs de letters en toen plaste mijn hond tegen de s aan. Dus toen ben ik naar huis gegaan om een emmertje warm water en een spons te halen en toen heb ik de s schoongemaakt. Toen ik bijna klaar was, stond er opeens een politieagent naast me. Hij vroeg waar ik mee bezig was. Ik zei dat mijn hond tegen de s aan had geplast. Toen zei hij dat hij dat helemaal niet erg vond. Ik wist niet wat ik hoorde. Wij Nederlanders mogen best eens wat trotser op onze meesterwerken worden."

"Vond je die letters echt een meesterwerk? Van mij hadden ze mogen blijven staan hoor, maar meer dan een koelkastmagneet voor reuzen zag ik er echt niet in."

"Misschien overdrijf ik een beetje, maar ik voelde wel een soort trots als ik naar ze keek. En dan keek ik naar al die honderden toeristen die in een kluitje om de letters heen stonden. Als bevers op de dam. Ze klommen en ze kropen en ze lieten alle pretenties lopen. Ik zag een keer een oude man in een maatpak door de rode a kruipen alsof hij een worm was die zich door een appel heen aan het boren was."

"Kijk eens om je heen. Dit is het mooiste plein van de stad. Ga je die letters echt missen? Ze waren toch een beetje de dolfijntatoeage op het hart van onze stad?"

"Ja, ik ga ze echt missen."

"Letterlijk?" vraag ik.

"Ja, ongelofelijk letterlijk."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden