Opinie

'Die kopjes thee van Cohen waren zo gek nog niet'

Geweld en racisme zijn geen oplossing, schrijft Münire Manisa (bestuurs­commissielid, Nieuw-West). 'Ik ken geen moslimkinderen in deze stad. Ik ken geen Surinamers. Ik ken geen Nederlanders. Ik ken Amsterdammers.'

'Als we drie op een rij aan het spelen waren, zou Parveen Mohan als winnaar uit de bus komen. Drie epische vooroor­delen op een rij' Beeld Dingena Mol

Vorige week schrok ik van een lezersbrief in Het Parool. Parveen Mohan schreef dat ze blij is dat ze een Surinaams gezin heeft. 'Moslimkinderen ­laten Surinamers namelijk met rust, omdat ze weten dat wij niet zo'n zwak volkje als de Nederlanders zijn.' betoogde ze onder andere. Als we drie op een rij aan het spelen waren, zou Parveen Mohan als winnaar uit de bus komen. Drie epische vooroor­delen op een rij.

Ik vraag me serieus af wat voor generatie kinderen we opvoeden als we ze nu al het onderscheid leren maken tussen 'moslimkinderen', 'Surinamers' en het 'zwak volkje Nederlanders'? Hoe ziet Amsterdam er over pakweg dertig jaar uit als deze kinderen het voor het zeggen hebben in mijn stad? Moslims bij moslims, Surinamers bij Surinamers en Nederlanders bij Nederlanders?

Oplossen met geweld
En leren we in de tussentijd ook dat Nederlanders andere kinderen moeten slaan, omdat ze anders een zwak volkje zijn? Gaan we problemen oplossen met geweld? Nee, dit is niet mijn stad Amsterdam. Zo ken ik het niet.

Woensdagavond was ik aan­wezig bij de politie-iftar (maaltijd die genuttigd wordt bij zonsondergang om het vasten te breken). Meer dan 1400 mensen waren afgekomen op deze geweldige avond om diversiteit met elkaar te vieren, gefaciliteerd door de politie.

Mijn politie. De politie wil graag dat we dat kunnen zeggen. En dat kon op deze avond. Een radicaliseringsexpert zei tijdens een gesprek: "Iedereen lachte Cohen destijds uit om zijn kopjes thee, nu hebben we spijt dat we niet langer hebben doorgezet. Die kopjes thee waren inderdaad een goede oplossing."

Diverse stad
Later op de avond zei hoofdcommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg dat we moeten accepteren dat Amsterdam een diverse stad is. Hij heeft groot gelijk. In deze stad is ongeveer 52 procent van de inwoners van een andere afkomst dan de Nederlandse. Diversiteit is hier geen discutabel gegeven meer, maar een feit.

En dat ik in bijna elk restaurant waar ik kom voor de iftar Nederlanders zie, die ook een dagje hebben meegevast, word ik gesterkt in mijn overtuiging dat Amsterdam daadwerkelijk zeer divers is. Geen stad als mijn stad Amsterdam. Ik maak kennis met een jongeman, daag hem vijf minuten later voor de grap uit om een dagje mee te vasten en hij gaat er meteen mee akkoord.

Gewoon, omdat het kan. Gewoon, om te weten wat die andere Amsterdammer nu meemaakt. En misschien, gewoon, om niet te vergeten voor volgend jaar dat ook een slokje water niet is toegestaan tijdens het vasten.

Leren begrijpen
Dus nee, ik ken geen moslimkinderen in deze stad. Ik ken geen Surinamers. Ik ken geen Nederlanders. Ik ken Amsterdammers. Ik ken de politie die een iftar voor 1400 mensen ­organiseert om niet alleen te praten over diversiteit, maar het ook echt te doen én door op ­dezelfde avond een oorkonde uit te reiken aan een organisatie voor transgenders.

Ik ken mensen die uit solidariteit 19 uur gaan vasten. Ik ken mensen die elkaar leren begrijpen door thee te drinken en kennis te maken. Ze gaan daarvoor niet met elkaar op de vuist.

En ik hoop Parveen Mohan te leren kennen, zodat we het erover eens kunnen worden dat geweld en racisme geen ­oplossing zijn. ­Zeker niet voor de toekomst.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden