Femke van der Laan. Beeld Agata Nowicka

Die heeft maanden aan de kapstok gehangen

Plus Femke van der Laan

Ik sta bij de stomerij. De man die aan de beurt is, wijst naar zijn buik. “Kunt u hier iets mee?” Ik kan van opzij net zien wat het probleem is. De rits van zijn jas is stuk. De ritsloper is halverwege blijven steken. Erboven en eronder staat de rits open, scheef ook nog. De man heeft er hard aan getrokken.

De kleermaker bukt. Over zijn bril kijkt hij naar de rits. “Kunt u hem uittrekken? Over uw hoofd?”

“Nee.”

De kleermaker pakt het lopertje vast. Trekt er even aan. Bekijkt de binnenkant.

“Ik heb hem vandaag voor het eerst weer aan. Hij hing maanden op de kapstok. Misschien komt het daardoor.”

De kleermaker mompelt iets. Een nee.

Nu kijkt de man naar mij. Vragend. Denk ik ook dat het daar niets mee te maken heeft?

Ik kijk naar de jas die net van de kapstok is. Vanmorgen zette ik voor het eerst de verwarming aan. Het was koud toen ik uit bed kwam. Twee tellen nadat ik aan de thermostaat had gedraaid, hoorde ik de ketel in de keuken. Ik dacht meteen aan handschoenen. Aan wind. Aan donker voor het eten. Ik zag de herfst voor me. In mijn hoofd veegde ik al natte fietszadels af toen de verwarmingsketel een doffe dreun gaf. Daarna was het weer stil in huis.

“Ik zette vanmorgen de verwarming voor het eerst weer aan. Die hield er na een paar tellen ook mee op.”

De man knikt. “Nou precies, die heeft eigenlijk ook maanden aan de kapstok gehangen.”

De kleermaker gaat weer rechtop staan. “Even zien.” Hij houdt het lopertje nog steeds vast.

“Wel balen. Is ie al gemaakt?”

De man kijkt nog steeds naar mij. Ik knik. “Hij deed het vanzelf weer. Ik heb hem uitgezet en even later weer aan. Toen deed ie het gewoon weer.”

De kleermaker trekt aan de rits. Het bovenlichaam van de man buigt een beetje mee.

“Dat was alles?”

Ik denk aan vanmorgen. Aan hoe ik hardop zei dat ik hier echt geen zin in had. ‘Ik heb hier echt geen zin in.’ Als een toverspreuk. Pas daarna zette ik de ketel weer aan.

Ik vertel het aan de man. Wat ik zei in het stille huis. Hij knikt en kijkt naar de trekkende kleermaker. “Ik heb hier echt geen zin in,” zegt hij tegen de vingers.

De vingers blijven nog even trekken. Het boven­lichaam van de man veert op en neer. Verder gebeurt er niets. “Ik moet een tangetje pakken,” zegt de kleermaker.

Even later is de man bevrijd uit de jas die net van de kapstok is. Ik denk weer aan donker voor het eten. We hebben nog even.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden