Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Die dag kotste ze de onbezorgdheid eruit

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Oké, ga maar. Netjes op het fietspad blijven.” De moeder zegt het voorzichtig richting zijn blauwe blik. “Niet zuchten. Dat mag alleen met oogrollen. Zo staat het in de functieomschrijving van tieners,” grijnst ze. Ze rommelt met zijn nieuwe slot.

Ze hebben al geoefend. De route naar zijn nieuwe leven. Ze zette hem af in de buurt. Daarna werd ze weggewuifd. Nu gaat hij zelf. Hangen met nieuwe namen op zijn tellie. Ze leerde laatst dat ze geen ‘Ok’ mag appen. Het dient ‘Oké’ te zijn. Anders beledigt ze. “Zit me niet te okken.”

Maar goed. Netjes op het fietspad blijven. Gebaande paden zijn er niet voor niets.

Ze weet dat hij daar een hekel aan zal krijgen. Hij gaat testen of het lekkerder hobbelt naast de lijnen. En op zijn plaat gaan. Terwijl zij op haar handen zit.

Ze bestelde zijn boeken. Passer. Geodriehoek. Plotseling rook ze de geur van braaksel. Op haar eerste schooldag heeft ze voortdurend overgegeven. Terwijl docenten zich joviaal voorstelden (“Hallo! Ik ben Alfred!”), snelde zij elk kwartier een toilet in om te spugen. Het waren niet eens de zenuwen. Omdat haar moeder meende dat suikerklontjes keutels van de duivel waren, hadden ze zelden snaai in huis. Behalve die ene avond. Onverwacht mocht ze lekkers uitkiezen. Het werd Cherry Coke en poeder dat aangelengd met water satésaus werd. Haar maag schrok zich de tandjes. Haar lichaam keerde zich tegen haar.

Ze kotste de dag daarna haar onbezorgdheid eruit. De warmte van groep acht, de afscheidsmusical, het schooltje waar ze zich koningin waande. Het kind van de vlechten en een grote lach. Een jaar later was ze een griet met een muizig bekkie, verscholen achter een haargordijn. Ergens in haar puberteit ging ze dicht.

Ach, misschien gebeurt hem dat niet. Of wel. Of even en soms. ‘Je moet gewoon jezelf zijn’ is het eeuwige adagium in stichtelijke puberboekjes. Een onmogelijk advies. Want wat is dat? Zelfs veel volwassenen hebben geen idee. Je vindt pas werkelijk je plek als je begrijpt dat ons zelf voortdurend wisselt. Dat het stoer is. Zacht. Provocerend. Verlegen. Temperamentvol. Gesloten. Dat we toverballen zijn met almaar veranderende kleuren.

Soms, als hij niet oplet, doet ze stiekem of ze hem wiegt. Ze fantoomvoelt hem op haar schoot als het te vroeg geboren verfomfaaide diertje van ooit. Het kan allang niet meer, zijn lichaam torent haast boven het hare uit, zijn schouders breed en bruin. De man piept door het kind naar buiten.

Ze ziet de contouren van fouten die hij maken gaat. Als schaduwen tekenen ze zich af aan het eind van de drukke weg. Te aanwezig zijn. Te afwezig blijven. Overschreeuwen. Ondergesneeuwd raken. Vindt hij dat ze veel praat? Ze wil alleen zeggen dat hij dit alles juist moet doen. Dat hij moet zoeken. Naar zijn route. Maar dat zij hem niet wegwuift. Ze wuift hem uit. En houdt haar armen gespreid.

Nog één keer bekijkt ze op Google Maps de weg. Zijn wereld strekt zich langzaam voor haar uit. “Oké, ga maar. Netjes op het fietspad blijven.”

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden