Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Die 1,5 meter afstand was zo gek nog niet

PlusMaarten Moll

Hij staat in de rij voor koffie op de Pure Markt als hij iets achter zich voelt. Hij kijkt om. Een jonge man staat zo dicht op hem dat je tussen hun lichamen een pot pindakaas kunt klemmen. Gezien zijn gezichtsuitdrukking is de jonge man zich van geen kwaad bewust.

Hij draait zich weer weg van de jonge man. Voelt hem in zijn nek ademen. De jonge man heeft iets met kokos gegeten. Hij haat kokos.

De rij beweegt, maar hij kijkt net een andere kant op naar een heel lelijk hondje.

De jonge man botst tegen hem op. Verontschuldigt zich. Legt een hand op zijn schouder.

Hij schudt de hand af en doet een stapje naar voren.

Het is ruim een dag na de afschaffing van de 1,5 metermaatregel en hij verlangt er alweer naar terug.

Even later loopt hij met twee bekers koffie naar de lange bank die als een slang door Park Frankendael kronkelt. Vlak naast een residu van die 1,5 metermaatregel, een met rood-wit lint afgezet stuk bank, gaat hij zitten. Aan een kant veilig. Dan ziet hij zijn oudste dochter aan komen lopen. Ze gaat naast hem zitten. Hij geeft haar een beker koffie.

“Vanavond is Octopussy op tv,” zegt ze. “Zal ik komen kijken?”

Elk jaar kijken ze, als de hele riedel James Bonds weer op een van de commerciëlen wordt vertoond, wel een paar films samen. Die met Pierce Brosnan zijn hun favorieten.

“Die is wel met Roger Moore op leeftijd,” zeg hij. “En hij trekt een apenpak aan.”

“Dat zou Pierce nooit hebben gedaan,” zegt zijn oudste dochter.

Er komen twee vrouwen aanlopen. Een met een fles wijn in haar handen, de ander met de glazen.

Ze blijven voor de afgezette plek staan. Kijken elkaar aan.

“Haha, kijk nou, iets uit de préhistorie,” zegt de een.

“Ja, weet jij nog waar dat precies voor diende?” zegt de ander.

Ze zetten fles en glazen op de grond en trekken lachend de rood-witte linten weg. Een van hen komt bijna tegen hem aanzitten.

Hij moet duidelijk wennen aan deze intimiteiten.

Een apenpak had hem wel wat ruimte gegeven.

De vrouwen klinken.

“Fijn hè, dat alles weer mag,” zegt de vrouw naast hem tegen haar vriendin.

“Ja, hoeven we niet meer zo naar elkaar te schreeuwen,” schreeuwt ze.

De vrouw naast hem moet daar zo om lachen dat ze haar wijn uitproest. Zijn linkerschoen ontvangt een deel van de chardonnay.

“O, sorry, schat, het is maar witte wijn. Daar zie je niets van.”

Hij doet alsof hij niets heeft gezien, niets heeft gehoord.

Maar de misantroop in hem groeit en groeit.

Zijn oudste dochter knijpt hem even in zijn knie.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden