Opinie

'Dezelfde reflex bij links en rechts over Turken en Marokkanen'

De polarisatie over moslims leidt de aandacht af van de collectieve ethiek die in Nederland ontstaat, zo betogen drie antropologen en filosofen in dit opiniestuk.

Politie op straat in Utrecht na de aanslag bij het 24 Oktoberplein. Beeld afp

Wat hebben Marokkanen en Turken gemeen? De reflex bij velen is om te antwoorden dat ze moslims zijn. Daaropvolgend gaat men ervan uit dat dit bepalend is voor hun ethische smaak met betrekking tot het goede leven.

Frappant is dat zowel mensen die op traditionele linkse partijen stemmen als mensen die rechts stemmen deze reflex hebben. Dit zie je ook als je kort onderzoek doet op de Twitter- en Facebookaccounts van linkse en rechtse activisten.

Traditioneel links maakt zich druk om de hetze tegen moslims in ons land. De bestorming van het huis van een Marokkaans gezin in Urk, waarbij volgens de lokale media racistische leuzen werden gescandeerd, is volgens hen symbolisch voor de groeiende islamofobie in de westerse wereld. De schietpartij in Nieuw Zeeland zien zij als de meest recente uiting daarvan.

Erger vindt traditioneel links de verharding in Den Haag waar het bon ton is geworden dat mannelijke, en zo nu en dan vrouwelijke politici, met een grote mond alle Marokkanen en Turken over één kam scheren.

Dit alles, waarschuwen zij, leidt ertoe dat de ethische smaak van deze moslims meer richting fundamentalistische versies van hun geloof keert; een ramp voor ons multicultureel Nederland en de zoektocht naar een collectief beeld van het goede leven.

Politieke correctheid
Nederlanders die zich identificeren met (traditionele en nieuwe) rechtse partijen vinden de argumenten van traditioneel links flauwekul. Zij reageren dat moslims er ook wat van kunnen. Ze hebben het over Marokkaanse jongens die een macho-opvoeding krijgen, straten terroriseren, homo's treiteren en meiden voor hoer uitschelden.

Ze benoemen verder hoe Turken in steden als Rotterdam zich laten leiden door een dictator in Turkije. En dan nog Utrecht. Ja, zeggen ze, de dader in Utrecht, al is hij gek en crimineel, hij is een Turk die Allahoe akbar riep nadat hij onschuldige levens nam.

Zij waarschuwen dat de tijd van politieke correctheid voorbij is. Alleen door de dingen te benoemen, en de perversie die mogelijk wordt gemaakt door het geloof aan te pakken, kunnen we komen tot een collectief beeld van het goede leven.

Het zou enige troost en hoop bieden als sociaalwetenschappelijk Nederland een genuanceerder beeld liet zien. Helaas dit is niet het geval. Ook hier zien we de dominantie van het traditioneel links-rechtsdenken terug.

Geproblematiseerd
Uitzonderingen daargelaten komt men zelden een sociologisch artikel tegen waarin Marokkanen en Turken niet als geproblematiseerde moslims of moslims met sociale problemen worden gekenschetst.

Wat dit sombere beeld, hoe realistisch het ook moge zijn, ons niet genoeg laat zien is dat we niet te maken hebben met Marokkanen en Turken, want die wonen in Marokko en Turkije. ­

Iemand die met een 21ste-eeuwse linkse bril kijkt waarbij men daadwerkelijk niet meer impliciet denkt in termen van autochtonen en allochtonen weet dat we eigenlijk te maken hebben met Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf. Nederlanders dus.

Nederlanders met een ethische smaak in ontwikkeling, zoals alle Nederlanders een ethische smaak hebben die ingegeven wordt door een seculier of religieus geloof en etnische voorkeuren, maar ook door klasse, vriendenkring, levensstijl, consumptiegedrag, populaire cultuur, scholing, beroep en ga zo maar door.

Door al deze bronnen in ons sterk gebureaucratiseerde land, waar sociale isolatie vrijwel onmogelijk is, zijn de scheidingslijnen tussen etnische groepen in Nederland poreus. Wie goed kijkt, ondanks de polarisatie waar de stemmen van traditioneel links en rechts ons op attenderen, ziet dat alle ethische smaken in ons land langzamerhand vormgeven aan een collectief idee van wat een goed leven inhoudt.

Artikel 1
Gemakshalve kunnen we het hebben over Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf, in werkelijkheid zien we dat velen van hen ook een normen-en-waardenstelsel koesteren dat zich baseert op de pijlers van Artikel 1 van de grondwet, respect voor de rechtsstaat, zorg voor het milieu, een rechtvaardige verdeling van de welvaart en de motivatie om te werken aan een Nederland waar ieder individu zich mag ontplooien. Dit is het Nederland waar we aan zouden moeten bijdragen.

Francio Guadeloupe (universitair docent antropologie aan de UvA, hoogleraar aan de Universiteit van Sint Maarten), Khadija al Mourabit (filosoof, UvA), Vincent de Rooij, (universitair hoofddocent antropologie, UvA).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden