Ashgan El-Hamus.Beeld Agata Nowicka

Deze woorden zullen de film nooit halen

PlusAshgan El-Hamus

Ze zit op een bankje in het park en leest een boek. Een willekeurig boek dat ze van haar vader kreeg, maar zelf nooit zou kopen. Ze zou willen dat ze zo ­iemand was die helemaal kan opgaan in een boek, zoals mensen dat vaak doen in het openbaar vervoer, maar het leven is druk. Ze zou over het algemeen veel dingen willen zijn die ze niet is. Iemand die vaker ‘half vol’ dan ‘half leeg’ zegt, bijvoorbeeld. Of iemand die soms, zomaar uit het niets, een net te groot cadeau voor iemand koopt. ­Iemand die huilt op een manier waar niet direct snot bij komt kijken. Ze zou handig willen zijn en net iets minder vaak over haar eigen voeten willen struikelen.

Terwijl ze naar het boek staart zonder woorden in zich op te nemen, denkt ze aan haar vader en hoe het een hoop gedoe zou schelen als hij nooit meer zou drinken. Hoe ze haar moeder dan misschien beter zou kennen dan alleen van het jaarlijkse verjaardagskaartje. Het is vreemd als een handschrift het enige is dat je van iemand kent. Zo persoonlijk en toch zo afstandelijk. Ze denkt aan haar vriend, en aan zijn wenkbrauwen, die overdreven borstelig zijn. Ze weet nog niet wanneer, maar ze zal hem verlaten. Ze denkt aan hoe ze weggaan altijd makkelijker heeft gevonden dan blijven en vraagt zich af of dat problematisch is. Een psychiater zou zeggen van wel. Dat is waarschijnlijk de reden dat ze nooit een psychiater heeft gewild.

Er loopt een oude man langs, die zijn oudemannenparfum in haar neus achterlaat. Het doet haar denken aan pasgeboren baby’s. Vreemd, denkt ze, maar leven en dood liggen dan ook dicht bij elkaar. Ze probeert nog een bladzijde en leest iets over iemand anders familie. Maar haar gedachten dwalen weer af. Ze kijkt naar een boom en bedenkt hoe weinig ze eigenlijk van vogels weet. Ze besluit meer over vogels te leren. Ze heeft honger en is jaloers op mensen die gesmeerde boterhammen meenemen in handige afsluitbare zakjes. Mensen die vooruit kunnen kijken, en waarschijnlijk ook waterdichte wandelschoenen hebben. Ze leest nog een zin, en besluit dan het voornemen van de vogels weer overboord te gooien. Mensen zijn te streng voor zichzelf, denkt ze, en vandaag zou een goeie dag zijn om zomaar ijs te eten. Ze staat op, laat het boek achter. Onderweg naar ijs, of een psychiater.

Als ik haar in een script schrijf zoals ze hierboven zit, met de hele binnenkant van haar hoofd zichtbaar, zouden jullie uiteindelijk kijken naar een scène waarin iemand op een bankje zit, een boek leest en af en toe opkijkt. Meer niet. Binnenkanten en gedachten zijn voor in een roman, niet voor een script. Toch schrijf ik ze elke keer weer uit. Pagina’s die elke keer opnieuw in een prullenbak verdwijnen, nooit de film zullen halen, maar misschien wel het belangrijkst zijn van allemaal. Een scenarioschrijver heeft misschien wel meer weg van een beeldhouwer dan van een schrijver, woorden doen er immers minder toe dan het bedenken, plaatsen en vormen van beelden, maar zolang je niet weet welke kronkels iemands hersens maken, is elk beeld leeg.

Zet iemand neer op een bankje en schrijf de binnenkant op, ook al zijn het de pagina’s die in prullenbakken verdwijnen.

Want pas nu ik weet hoe ze over haar vader denkt en hoe ze iedere keer baalt als ze over haar eigen voeten struikelt, kan ik beginnen met beeldhouwen.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Op deze plek wisselen de filmmakers Norbert ter Hall en Ashgan El-Hamus elkaar om de week af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden