Roos Schlikker. Beeld Oof Verschuren

Deze kerel is de belichaming van de stok-in-je-kont

Plus Roos Schlikker

“Snoes. Waar blijf je? Je zou hier om twee uur zijn!” In de wachtruimte bij het stadsloket zit een man met gepoetste schoenen. Afgelopen kwartier besteedde hij aan zijn telefoon en formulieren zo neer te leggen dat ze een Mondriaan op het formicastoeltje naast hem vormen. Uiteindelijk besloot hij te bellen.

“Nee, je moet de gracht over. Kom nou maar. En schiet op alsjeblieft.” Hij legt de telefoon neer en veegt denkbeeldige kruimels van zijn linnen broek. De mensheid is in tweeën in te delen: enkelingen die zo’n ding kreukloos houden. En de rest. Deze man behoort tot de eerste categorie.

Tien minuten later. Hij pakt opnieuw de telefoon. Zijn stem klinkt luider. “Snoes. Ik heb je toch gezegd: wees op tijd. Online regelen? Nee. Dit doe je bij de gemeente. In hoogsteigen persoon. Dat hoort!” Hij klikt Snoes weg. Uit een kinderwagen klinkt babygehuil. Woedend kijkt de man richting moeder die snel begint te sussen. Hij zit kaarsrecht. Engelstaligen zeggen over rigide mensen zo heerlijk: ‘He’s got a stick up his ass.

Deze kerel is de belichaming van de stok-in-je-kont.

Hoe langer de man wacht, hoe meer de spieren rond zijn kaken spannen. Hij houdt zich zichtbaar in. Nog tien minuten gaan voorbij. Dan verliest hij controle, grijpt woedend de telefoon en loeit: “Snoes! Je moet hier nú zijn. Hoezo je kwam Leonie tegen? WAT HEB IK MET LEONIE TE MAKEN?”

Naast de plek waar wachtenden een nummertje kunnen trekken, staat een behulpzame medewerker die iedereen de juiste balie wijst. Voorzichtig loopt hij naar de man. “Eeeeh m’neer, misschien is het beter de afspraak te verplaatsen? Dat is echt zo ge…”

“Nee. Ze. Komt. Op. Tijd.” staccatoot de stok. De ambtenaar knikt en keert terug naar de nummertjes en trekt als een schildpad zijn kop in zijn kraag.

Dan waait plotseling een struik herfstheide binnen. Een paarsige jurk, enorme oorbellen, roodbruin krulhaar dat zich van de zwaartekracht geen mallemoer aantrekt en richting zon groeit. “Hoehoe! Job! Joppie! Daar ben ik, hoor!” Stijfjes staat de stok op. “Je bent laat.” De vouwen naast zijn mondhoeken lopen rechtstreeks door naar de waterpas gemaakte vouwen in zijn broek. Haar vetrode gloss heeft zich eigenwijs in de meanderende plooitjes boven en onder haar lippen genesteld. Een vrouw als een nat waterverfschilderij met kleuren die in elkaar overlopen.

“Aaaah wat geeft dat nou? We kunnen dit ook online regelen. Maakt niet uit, jij wil zo nodig naar het stadhuis. Nou, dan doen we dat toch, Joppie!”

Joppie blijft staan, zijn handen als staken langs zijn lijf terwijl Snoes richting balie stuift. “Hallo! Wij gaan vandaag in ondertrouw! Leuk, hè?”

Even later loopt het stel mee met een medewerkster. “Ach. De liefde…” bromt de ambtenaar. Ik denk aan een andere Engelse quote, dit keer van Lord Byron: ‘Love will find a way through paths where wolves fear to prey’, maar knik slechts. De liefde.

De schildpad laat zijn nek weer tussen zijn schouders verdwijnen. En houdt angstvallig zijn mond.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden