Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Deugen doet het niet, maar een vriendenstam bestaat bij de gratie van het overtreden van taboes

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Onlangs raakte een vriendin geïrriteerd omdat ik roddelde: “En heb je gehoord met wie X nu is? Hij is met zo’n ontzettend lelijke vrouw!”

“Wat is dit voor een idiote opmerking!”

Ik begreep meteen dat ik een verboden gebied had betreden en er een waarschuwingsschot was gelost.

Met mijn vrienden kon ik hier wel fijn om lachen. Er zijn tal van redenen waarom we altijd roddelen: het is zalf voor onze eigen schlemieligheid, het bevestigt onze verbondenheid en het biedt de mogelijkheid ons een kort moment verheven te voelen en de eigen moraal en esthetische normen te tonen.

Deugen doet het niet, maar een vriendenstam bestaat bij de gratie van het constant overtreden van taboes. Ik kan me niet voorstellen dat een van ons zou zeggen: “Jongens, ik wil dat we onder elkaar stoppen om te spreken over de uitzonderlijke aantrekkelijkheid van bepaalde vrouwen in bewoordingen die de goede smaak tarten.”

Trouwens, nu ik oud en breekbaar ben, komt het onderwerp seksualiteit minder ter sprake, maar roddelen mogen we nog wel graag doen. Roddelen is net als satire een methode om de macht onderuit te halen, door onder meer informatie te verstrekken (‘Lelijk!’) die er in feite niet toe doet. (Subtekst: onze partners zijn een stuk mooier.)

Wanneer je hoort: ‘We hebben zo’n leuke groep!’ dan bedoelt men niet alleen dat men bepaalde waarden en normen deelt, maar ook een aantal opvattingen die eigenijk niet horen. Die opvattingen verraad je niet omdat je dan buiten de groep valt. Groepen hebben ook hun eigen hiërarchie. Daar komt nog bij: hoe groter het taboe dat wordt overtreden, hoe groter de druk het geheim te houden. Want: we hebben het zo leuk onder elkaar.

Een klokkenluider beschuldigt niet alleen de eigen kring, maar ook zichzelf. Daarom zijn die nooit populair en is tot nu toe elke poging mislukt ze te beschermen.

Een omerta roei je niet uit, anders roeien de leden jou uit.

Hoe meer je rekent op de solidariteit van de groep, hoe verder je durft te gaan. Van ongeoorloofde handelingen kijk je dan weg. Je wilt de vriendschap behouden, de groepsdynamiek niet verstoren. Zonder dat het wordt uitgesproken, ontstaat er een voor-wat-hoort watmentaliteit.

Beschaving is een ijsberg van hypocrisie; boven het water zien we illusies van keurigheid, daaronder bevindt zich vuil en smerigheid.

Zo, en nu naar het voetballen kijken.

Ik verheug me op ons grensoverschrijdend taalgebruik.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden