Opinie

‘Democratie is gebaat bij politieke tegenstellingen, niet bij eensgezindheid’

Marktdenken is politiek niet meer in, ­concludeert John Jansen van Galen. ‘Wat ontbreekt is verontrusting over deze eensgezindheid, die de parlementaire ­democratie dreigt te verlammen.’

Op het VVD-congres van 2018 presenteerde de VVD zich nog nadrukkelijk als onder­nemers­partij met een afkeer van grote staatsbemoeienis. De liberalen lijken op dat standpunt nu terug te komen.Beeld LEX VAN LIESHOUT/ANP

Hoe moeten we onze keus bepalen als over een half jaar de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaatsvinden? Met de troonrede en de Algemene Politieke Beschouwingen is de verkiezingscampagne feitelijk begonnen. De verkiezingsprogramma’s kun je al nagenoeg uittekenen. Maar wat daaraan stoort is dat het volgens bijna alle partijen dezelfde kant op moet met het land: meer staat, minder markt. Wat is er dan nog te kiezen?

Het gaat weer net als in de jaren rond de eeuwwisseling, maar dan andersom. Toen rukte over een breed front het ‘marktdenken’ op. Natuurlijk allereerst vanuit de VVD, die is ervoor opgericht, maar het CDA sloot zich erbij aan en de PvdA gaandeweg ook.

In het boek Dat hadden we nooit moeten doen beschrijven Duco Hellema en Margriet van Lith het prijsgeven van de sociaaldemocratische beginselen. Van bewust ‘prijsgeven’ was niet eens sprake, men volgde gewoon de trend naar individualisering en marktwerking. Het meest onthutsende in dat boek is dat er nooit echt over die koerswijziging is gediscussieerd: ze kwam als een regenbui waaraan niet te ontkomen viel.

SP en PVV

Niet alleen nam de PvdA – te beginnen onder Wim Kok met zijn afgeschudde veren en daarna onder Wouter Bos – afscheid van haar uitgangspunten, zelfs GroenLinks kreeg door het leiderschap van Femke Halsema een liberaal tintje. Je kon in die jaren als kiezer gemakkelijk de indruk krijgen dat we in een eenpartijstaat leefden, waarin alle partijen met enige nuances in principe hetzelfde nastreven. Voor een werkelijk andere richting kon je toen alleen terecht bij SP en PVV.

Nu zien we hetzelfde, maar dan in tegenovergestelde richting. Van Lodewijk Asscher (PvdA) tot Klaas Dijkhoff (VVD) pleiten politieke leiders voor ‘minder markt’, ‘meer staat’, of een ‘sterkere staat’. Het CDA wil de overheid meer voorrang geven en de kleine coalitiepartners ChristenUnie en D66 zingen hetzelfde liedje. Bij Wilders kun je niet meer terecht voor een krachtig tegengeluid, want die wilde op sociaal gebied altijd al meer bemoeienis van de staat.

Niemand is daar nog tegen, iedereen is er hartstikke voor. Dat sentiment is natuurlijk aangewakkerd door de coronacrisis, die niet opgelost kan worden door de markt, maar ook al voor die crisis was men over een brede linie begonnen afscheid te nemen van het marktdenken – wederom zonder een grondige discussie over de nadelen en merites daarvan.

In de meeste commentaren is daarover een toon van tevredenheid te bespeuren: eindelijk weg met die dictatuur van de markt! Maar wat daarbij ontbreekt is verontrusting over deze eensgezindheid, die immers de parlementaire democratie dreigt te verlammen. Die moet het immers hebben van debat, van tegenstellingen.

Vadertje Albedil

De vorming van een kabinet van VVD en PvdA symboliseerde in 2012 de teloorgang van het politieke conflict. Het bevestigde bij ontevreden burgers het beeld dat de hoge heren in Den Haag handjeklap spelen en het met elkaar op een akkoordje gooien. Waar bleef dan de democratie? Daar hadden ze gelijk in. De PvdA werd er hardhandig voor afgestraft.

Hoog tijd, dunkt mij, voor een beweging in de VVD die de partij aansporen de rug recht te houden en niet met alle modieuze winden mee te waaien, ook niet met de nieuwe wind van het antimarktdenken. Het kan toch niet zo zijn dat de liberalen al die jaren achter een verkeerd vaandel aan hebben gelopen? Dan zouden ze het nu ook moeten blijven verdedigen. De oude mantra’s over verstikkende staatsbureaucratie en de staat als Vadertje Albedil kunnen nog steeds met vrucht van stal worden gehaald – zie het schandaal bij de Belastingdienst met toeslagen voor kinderopvang

De denktanks van de VVD hebben ongetwijfeld uitgevonden dat er electoraal nu garen valt te spinnen bij een afscheid van het ‘economisme’, dat de partij zo lang met succes beleden heeft. Maar je mag toch hopen dat marktonderzoek niet alleen de koers van een partij bepaalt. Alleen al uit hoofde van een vitale democratie hoop ik dat de VVD haar authentieke liberale koers blijft varen: minder overheid, meer markt, meer vrijheid.

John Jansen van Galen is journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden