Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

De Zwarte Gier blijft maar praten

PlusTheodor Holman

De slaap slaat me over. Waarschijnlijk durft hij niet te komen door de Zwarte Gier die op de eieren is gaan zitten, waardoor nog meer naargeestige gedachten worden uitgebroed.

Slaap en Dood zijn natuurlijke vijanden, misschien omdat ze elkaars kleren dragen en ze jaloers zijn op elkaar.

“Ga je weer?”

“Ja…”

“Neem je Koosje mee?”

Zodra hij zijn naam hoort, komt hij uit zijn mandje en stelt hij zich op bij zijn riem.

Even later zijn we weer op weg. Waar loop ik heen?

“Je loopt weg, hè?”

Het is een zojuist uitgebroed Zwart Gierkuiken dat met me in dialoog wil.

“Ik weet waar het over gaat,” zegt hij. “Over de ziekte waardoor je misschien stante pede je huis moet verlaten, naar een ziekenhuis moet waar geen beademingsapparaat is, je je familie niet meer kunt zien en je stikt.”

Hem verjagen lukt niet, alsof ik niet besef dat hij in die kop van me nestelt.

Koosje trekt. Hij leidt me.

Het is of ik het klapwieken van de Gier naast me hoor en ik zeg hardop: “Ga weg! Ik weet wel dat ik me aanstel. Ik doe, als er anderen bij zijn, heus normaal!”

Dan staat Koosje stil.

“Klootzak!” zeg ik tegen mezelf.

We staan bij het huis waar mijn kleinkinderen en mijn dochter slapen. Het is larmoyant. Maar ik meen dat ik daar nu recht op heb. Sentimentalisme is crisissuiker waardoor je de illusie kunt scheppen het bittere wat aan te zoeten.

Wat mis ik de familie!

“Je eigen schuld hè?” hoor ik. “Je zou meer kunnen bellen, appen… Maar nee, mijnheer wil moe op de bank hangen met een thermometer in zijn mond! Je weet dat je de dood niet verdrijft met doodsangst?”

Ik loop terug naar huis.

“Geweldig, je hebt een uur gelopen!” zegt mijn horloge.

Ik heb een medaille verdiend zie ik, terwijl ik wil weten hoeveel tijd ik nog heb.

Thuis doen we zachtjes. 

Ik zet het koffieapparaat aan en neem mijn temperatuur op: 36,5. Ik voel mijn keel. 

Heb ik nu pijn of niet? De zin: ‘Ik denk dat ik pijn heb,’ mocht ik van mijn moeder nooit uitspreken. 

Dat doe ik dan ook niet.

“Gaat er veel aan jou verloren?” vraagt de Gier.

Ik jaag hem weg.

De radio strooit rouwkaarten mijn kamer in. Op de televisie kwijlt de domheid.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden