Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De zoon van de rechter zat thuis Call of Duty te spelen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

De militaire rechter vroeg: “Maar ik wil weten of u spijt hebt?”

De soldaat haalde zijn schouders op en zei: “Ja en nee, edelachtbare. Ja, ik vind het vreselijk dat ik maar een paar nazi’s heb kunnen doden. Daar heb ik spijt van. Maar ik heb natuurlijk geen spijt van het feit dat ik nazi’s heb gedood. U moest eens weten wat de nazi’s ons hebben aangedaan.”

“Maar als ik u nu zeg dat u geen nazi’s hebt gedood, maar gewone burgers, en jonge soldaten.”

“Ja, dat zegt u, omdat u gelooft in het westerse nepnieuws. Ik besef ook dat ik de doodstraf krijg. U bent zelf een nazi.”

Vervolgens kwam er een generaal voor de rechter.

“Hebt u spijt?” vroeg de rechter.

“Heeft u mijn ridderordes gezien? Heeft u gezien hoeveel goed ik heb gedaan voor mijn land en mijn bevolking? Heeft u gelezen in uw dossier hoe dapper ik ben? Hoe zou ik spijt kunnen hebben omdat ik deed wat ik moest doen van mijn baas?’’

“U hebt vrouwen, kinderen en jonge jongens gedood.”

“Ik heb vrouwen en kinderen gedood om de levens van onze vrouwen, kinderen en jonge mannen te redden. Ik ben een gelovig mens moet u weten. Ik denk dagelijks na over goed en kwaad. Onze hoogste religieuze leider heeft ons gezegend en geoordeeld dat het goed is wat ik doe. En dat vind ik zelf ook.”

“Ik moet u berechten,” zei de rechter, “wat is nu een rechtvaardige straf?”

De generaal zei: “In een omgekeerde situatie zou ik de doodstraf eisen. Ik heb de oorlog verloren. Dan mag u met mij doen wat u wil.”

De militaire rechter zuchtte.

“Ik moet doen wat rechtvaardig is.”

Toen verscheen de minister-president voor de rechter.

“U gaat zeker zeggen dat u deze rechtbank niet erkent,” zei de rechter.

“Dat klopt, gozer.”

“En u gaat zeker geen antwoord geven op mijn vragen?”

“Ik ga alleen zeggen dat u mij onmiddellijk vrij moet laten.”

Later die dag liep de rechter naar huis.

Die soldaat was net zo oud als zijn zoon. Die zat nu thuis met een koptelefoon op Call of Duty te spelen op zijn computer.

En die generaal, een leeftijdgenoot, het scheelde maar een maand. Een gelovig man ook, net als hij.

Maar die minister-president… Een slecht mens. Gestoord. Had die nog recht op leven?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden