Om de wereld

'De woningnood was toen al hoog'

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de Bijlmer.

Amsterdam Zuidoost Beeld ANP

Pam

Toen ik in de Paroolrubriek Buis het promotiefilmpje zag dat vijftig jaar geleden is gemaakt over wonen in de Bijlmermeer, kwam een stortvloed van herinneringen los in mijn brein. Weliswaar ben ik geen pionier van het allereerste uur, maar ik behoorde wel tot de eerste generatie Bijlmerbewoners.

Na de School voor Journalistiek in Utrecht zou ik politicologie gaan ­studeren in Amsterdam, maar mijn toenmalige vriendin en ik konden geen woning vinden. De woningnood was ook toen al hoog, maar nog niet zo hoog dat we een tent moesten opzetten, zoals de studenten van tegenwoordig. Er was nog ruimte in de Bijlmer, waar we een vierkamerflat konden huren in sectie K. De naam was Koningshoef, vijfde verdieping.

We legden zelf kokosmatten op de vloer, zetten een bed neer en kochten Lundia-boekenkasten. Het was wonen op een galerij in een huurkazerne. De buren zagen we af en toe in de lift. Om boodschappen te doen, moest je met de bus naar een supermarkt en dan met een volle boodschappentas weer terug de lift in, die helaas net was uitgevallen.

De groene bosschages waarmee werd geadverteerd, kwamen nog niet tot aan je enkels. In de winter keek je vanuit de hoogte neer op een grauwe vlakte, die liep tot de flat aan de overkant.

In de gemeenschappelijke ruimte beneden, probeerden bewoners wanhopig iets van gezelligheid te organiseren, al kwam dat meestal neer op dronkenschap en vechtpartijen vanwege de omgang met andermans vrouwen. En drugs natuurlijk.

Maar het ergste waren de parkeer­garages, betonnen misbaksels, spelonken waar 's nachts griezels bijeenkwamen. Gelukkig hadden wij nog geen auto. Toch werden mijn latere vrouw - niet mijn vriendin van toen - en haar cameraman een keer in zo'n garage bedreigd en beroofd, toen zij voor AT5 een reportage over de Bijlmer wilden maken.

Zij was ook nog zwanger. De daders werden gepakt - bijzonder - twee jongens met wat nu een migratieachtergrond heet. Ook in de rechtszaal toonden de jongens van dat mes geen enkele empathie voor de zwangere vrouw.

Vreemde etensluchtjes op de galerij, daar kon ik best mee leven, maar die gebeurtenis in de garage zorgde er wel voor dat ik een wat andere kijk kreeg op de zegeningen van de multiculturele samenleving. Alle politiek wordt tenslotte persoonlijk.

Tegenwoordig woon ik in zo'n oud huis, waarop in het promotiefilmpje voor de Bijlmer zo wordt afgegeven. En het bevalt mij daar best. De flat Koningshoef is intussen herbouwd, de garage is afgebroken.

Max Pam

Odessa Beeld Shutterstock

Brill

De trip naar Odessa vorig jaar was vooral ingegeven door nieuwsgierigheid naar de befaamde trappen bij de haven. Over die trappen voeren de tsaristische troepen hun dodelijke charge uit tegen de muitende matrozen in de Sovjet-filmklassieker Pantserkruiser Potemkin van Sergej Eisenstein uit 1925. Beroemd vooral door de van de trap rollende kinderwagen, later meermaals gekopieerd, bijvoorbeeld in de slotscène van Brian De Palma's The Untouchables.

Zoals wel vaker bij dit soort lieux de mémoire, bleken de verwachtingen te hoog gespannen. De trappen zijn in feite niet zo imposant. Van onderen gezien hebben ze nog enige allure, maar het uitzicht van boven valt ­beslist tegen en wordt nog eens verstoord door een monstrueus hotel aan de overkant, dat de Oekraïense stad had moeten opstoten in de vaart der volkeren, maar dat sinds een paar jaar is gesloten. Het staat nu een monument van megalomanie te wezen.

Odessa kwam op me over als een stad die zweeft tussen een getroebleerd verleden en een onzekere toekomst. Het heeft een redelijk modieus centrum met een schitterend operagebouw in neobarokstijl, waar de toegangsprijzen niet meer zijn verhoogd sinds de Sovjettijd. Twee kaartjes voor een - overigens abominabele - opvoering van Le Nozze di Figaro kostten nog geen drie euro.

Maar zodra je buiten het centrum van Odessa komt, slaat de grauwheid toe. Veel woonkazernes, zo typerend voor Oost-Europese steden in de communistische tijd, zijn sterk in verval en staan half leeg.

Ooit was Odessa een centrum van Joods leven - pal vóór WOII vormden Joden ruim 40 procent van de bevolking. Nu zijn ze een marginale aanwezigheid. Een armetierig museumpje heeft wat erfgoed bijeengebracht; in de vroegere woning van Mendele Moicher Sforim, aartsvader van de Jiddische literatuur, huist een tandartspraktijk.

Je ziet die spanning tussen oud en nieuw op veel plekken in Oost-Europa. Een paar jaar geleden waren we op vakantie in Kroatië. Langs de kust waanden we ons in Italië. De lichtvoetigheid regeerde.

Maar in het ­binnenland leefden de oude mores voort. In het restaurant bij de watervallen van Plitvice lieten de obers duidelijk merken dat het geen pas gaf dat we nog na half acht wilden dineren. Onze hotelkamer was een toonbeeld van aftandse jarenzestigluxe.

Eerlijk gezegd vonden we die teruggang in de tijd een gedenkwaardig element van de vakantie. Misschien moet in de Bijlmer ook maar wat vergane glorie behouden blijven. Al is het maar voor het historisch besef.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden