Column

De wind waait het beste in de mens naar boven

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Er drijft een dixie in de Keizersgracht. Drie scooters liggen languit op de brug. De storm pulkt een boom uit de grond alsof het een mee-eter is. In de lucht speelt de wind trefbal met een meeuw.

Een muts waait van een meisjeshoofd. Drie mensen rennen achter het hoofddeksel aan. De muts blijft op het randje van de gracht liggen. Zo zijn mutsen. Ze blijven altijd op randen liggen, maar als je door de knieën gaat om ze op te pakken, laten ze zichzelf van de rand vallen.

Maar dit keer niet. De muts schrikt van het feit dat er dit keer drie mensen op hem afrennen. De muts schrikt van hoe lief iedereen vandaag voor elkaar is. Hij blijft rustig op de rand van de gracht liggen en laat zichzelf oppakken.

Een moeder loopt met twee kinderen door de Nieuwe Spiegelstraat. De wind waait zo hard tegen het drietal aan dat ze niet vooruitkomen. Het is alsof de storm meer weet en ze voor iets probeert te behoeden.

Haar telefoon trilt. Een berichtje van haar man. 'Ik ben veilig op werk aangekomen. XXX' Mopperend klikt de vrouw haar telefoonscherm uit, ze heeft nog nooit zo weinig van haar man gehouden als vandaag.

Een taxibusje stopt en toetert. "Stap in!" schreeuwt de chauffeur.

"Maar ik heb geen geld bij me," zegt de moeder.

"Stap alsjeblieft in, ik hoef geen geld."

Op de Weteringschans laat een oude man zijn hondje uit. De wind pakt de grijze man op en gebruikt hem als een speelgoedautootje. Het hondje blaft. De wind plukt zijn geblaf uit de lucht en gooit het met 120 kilometer per uur in de richting van een prullenbak.

Ondertussen is de oude man van zijn vlucht aan het genieten. Hij wappert met zijn versleten armen. Ik vlieg, denkt hij, terwijl hij het doet. De fietsers die over de Weteringschans fietsen, stoppen met trappen en kijken naar de vliegende oude man.

Hij blijft even boven het Rijksmuseum hangen en kijkt naar de stad. Dit heeft de oude man nog nooit gezien. Iedereen helpt elkaar. De wind waait het beste in de mens naar boven. Hij kijkt naar een jonge jongen die alle omgewaaide fietsen weer overeind zet.

Op het Hendrik Jonkerplein waait een boom om. Een verliefd stelletje gaat op de omgevallen boom zitten en kust elkaar. "Dit is precies waarom ik om ben gewaaid," fluistert de boom.

De vliegende oude man ziet hoe de moeder en haar twee kinderen uit het taxibusje stappen. Er waait een traan uit zijn ogen. Iedereen is zo nederig, zo behulpzaam, de wind heeft alle zelfzuchtigheid uit onze lichamen gezucht.

Een muts waait van een hoofd op de Brouwersgracht. De muts blijft op het randje van een woonboot liggen. De oude man ziet het gebeuren. Hij maakt een duikvlucht, landt op het dak van de woonboot en geeft de muts terug aan de jongen met de open mond.

"Meneer, zag ik u net vliegen?"

De oude man lacht.

"Maar hoe? Hoe deed u dat?"

"Ik weet het ook niet, jongen, echt niet, maar ik weet nu wel waarom de Weteringschans de Weteringschans heet."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden