Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

De wielerkenner in me kreeg een gevoelig mepje op zijn wang

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op het graf lag een roze, verleppende roos.

Eentje maar. In mijn fantasie zag ik iemand met een grote bos rozen rondlopen om er dan af en toe een op een steen te leggen. Ik keek rond of er op andere graven ook eenzame rozen lagen, maar dat was niet het geval. Deze roos was speciaal daar neergelegd. Wat een poëtisch beeld.

Op het graf van Piet van Nek.

Piet van Nek was een beroemde en populaire Amsterdamse wielrenner, en hij heeft op de Nieuwe Ooster een mooi, groot grafmonument gekregen. Als ik op de begraafplaats ben – ik zocht deze week weer tevergeefs het graf van oud-buurman Ton – loop ik altijd even bij Piet aan.

‘Aan Piet van Nek. Van familie vrienden en vereerders,’ staat in kapitalen op de grote staande steen. Daaronder de uit het steen gehakte Piet, in wielertenue, en met zijn fiets.

Ik zie nu wat me eerder niet was opgevallen. De voorvork van de fiets van Piet is verkeerd afgebeeld. Die loopt naar binnen in plaats van naar buiten. Foutje van de beeldhouwer. Komt vaker voor, en is lastig weer recht te breien.

Op de Rozengracht zie je dat ook. Waar ooit het Rozen Theater zat, is die naam boven de voormalige ingang in kapitalen in het steen gebeiteld. Bij het woord Rozen ging het goed, maar de beeldhouwer van dienst heeft een potje van het woord Theater gemaakt. De T en de H staan te dicht op elkaar en de A heeft een streepje op de spits gekregen, alsof de beeldhouwer na de E nog een E wilde beitelen, en er te laat achter kwam dat na de E toch echt een A moest komen. Misschien te veel bezig met de theepauze… Het is in ieder geval een rommeltje.

Hoe moeilijk is het om een fiets goed in steen uit te beelden?

Maar toen las ik het blauwe informatiebordje dat naast het graf staat.

‘De fiets met omgekeerde voorvork laat zien dat Piet van Nek een baanwielrenner was.’

Ik zocht meteen op mijn telefoon naar foto’s van Piet van Nek, en inderdaad.

De beeldhouwer had dus geen foutje gemaakt, maar in mijn brein was het blijkbaar een rommeltje, een mindfuck van jewelste. Ik dacht dat ik het weer beter wist, maar de wielerkenner in me kreeg een gevoelig mepje op zijn wang. Ik hoop dat niemand me daar met het schaamrood op de kaken zag bij het graf.

Piet kwam overigens akelig aan zijn einde. Tijdens de Leipziger Ostpreis op 12 april 1914 kreeg hij een klapband en sloeg hij hard met zijn hoofd op de houten wielerbaan. Twee dagen later overleed hij in het Sankt Georg Hospitaal van Leipzig aan de gevolgen van een schedelbreuk. Hij werd maar 28.

Een week later stonden er 80.000 mensen langs de straten van Amsterdam waar de rouwstoet voorbijtrok.

Voor ik de Nieuwe Ooster verliet, controleerde ik de banden van mijn fiets.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden