PlusColumn

De wereld is ineens niet meer mijn oester

Pepijn LanenBeeld Corné van der Stelt

Het regent. De wereld is ineens niet meer mijn oester. Ik zit binnen te wachten op een afhaalsalade. Lionel Richie zingt Three Times A ­Lady, maar door de regen voelt het als Hello. Lionel is nog maar krap stil geworden of daar is Bill Withers om me te vertellen dat er 'Ain't no sunshine when she's gone'.

Later zal hij er nog iets aan toevoegen over een huis wat geen thuis meer is wanneer zij er niet meer is maar die boodschap is mij allang duidelijk. Ik mis mijn vrouw met een passie.

Wat zou ze aan het doen zijn, in ons huis, op vijf minuten loop- maar licht­jaren gevoelsafstand? Zou ze mij ook zo aan het missen zijn? Dat kan haast niet anders. Zou ze bij een raam staan en in het oneindige staren terwijl ze mijn naam fluistert? Voelt als niet meer dan terecht. Met haar hand op haar hart, ­terwijl ze met de andere onze trouwfoto ­beroert, ingelijst en wel?

Goeie god wat doe ik hier. Een micro­seconde laat ik de afhaalsalade voor wat hij is en wil ik naar haar warme boezem toe rennen en haar, als ik weer een beetje opgewarmd ben, dan op mijn beurt weer in mijn armen te sluiten.

Ik ben al met één bil van het wachtbankje omhoog gekomen als ik de regendruppels weer zie en toch tegen besluit. Als ik nu halver­wege de missie staak, met lege handen terugkeer in onze kurkdroge oase van huiselijkheid maar zelf wel drijfnat, is dan niet alles voor niets geweest?

Het zijn niet echt pijpenstelen maar het is wel precies van die rotregen waar je zo onaangenaam en oud-Hollandsch doorweekt en geïrriteerd van raakt. Alsof een hogere macht met een gigantische plantenspuit de boel vochtig probeert te houden, en het nog aardig lukt ook.

Hebben we eigenlijk wel een ingelijste trouwfoto, vraag ik me ineens af. Ik kijk om beurten naar buiten en naar de chef die de afhaalsalade in elkaar aan het knutselen is.

'Maak je maar geen zorgen mijn liefste,' zeg ik zachtjes tegen een ­foto op mijn telefoon van rond onze bruiloft en ik aai haar gezicht. Dan overhandigt de chef me mijn afhaalsalade en duik ik de natte realiteit in. Ik been kordaat door de elementen heen, als een echte man, niet van suiker, niks.

"Wat is dat?" vraagt mijn vrouw als ik binnenkom. "Een afhaalsalade."

"Dat is geen salade. Dat is een herfst-bowl. We hebben al lunch. Dat zei ik nog." O ja.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden