PlusArt Rooijakkers

De waanzin en perversiteit van bezit: ruziemaken over elk stukje speelgoed

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: willen mijn dochters nog iets bezitten?

Art RooijakkersBeeld Artur Krynicki.

Black Friday achter de rug, Sinterklaas overleefd, op naar de kerstinkopen.

December, feestmaand vol consumptie. We kopen ons een weg naar het geluk. Meer, meer, meer. Maar blijft dat zo? Willen mijn dochters later nog iets bezitten? Of wordt dat een achterhaald concept?

Hoogleraar duurzaam ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen Jan Jonker schuwt grote woorden niet. “We moeten af van het waanidee dat we alles moeten bezitten. We denken dat we gelukkig zijn als we iets bezitten en – nog veel erger – het na kort gebruik kunnen weggooien. Totale waanzin en een van de meest perverse redenaties ooit.”

Met die wegwerpeconomie putten we de aarde uit en helpen we het klimaat naar de klote. En dus is Jonker pleitbezorger voor de circulaire economie, een kringloopsysteem waarin grondstofvoorraden niet worden op-, maar hergebruikt. “Ik zie dat de generatie die nu in de lesbanken zit allang heeft ontdekt dat het bijvoorbeeld heel dom is om een eigen auto voor de deur te willen. Kost te veel, gaat stuk. Dan kun je beter delen. Dus ja, het zou zeker kunnen dat jouw dochters later zeggen: pa, wat ben jij hopeloos ouderwets.”

Het idee dat bezit binnenkort passé is, beperkt zich niet tot wetenschappelijke kringen. Ook visionaire ondernemers zijn bezig met een economisch model waarin een consument niet het product, maar de service koopt: warmte, kilometers, wasbeurten. Bekend voorbeeld: Schiphol. De luchthaven koopt geen lampen meer bij Philips, maar lichturen. Door dat concept van de Amsterdamse architect Thomas Rau verandert – zoals hij het zegt – designed to fail in built to last. Want, zegt Rau: bezit is een georganiseerd probleem. Een lamp móét stuk gaan, zodat je een nieuwe moet kopen.

“De kans dat uw dochters minder aan eigendom hechten, is honderd procent. Dat wordt, zeker met de explosieve bevolkingsgroei van de komende eeuw, namelijk ongelooflijk duur, omdat je eindige grondstoffen aan de markt onttrekt. Uiteindelijk gaat het erom dat we onze identiteit definiëren op basis van wie we zijn en niet wat we hebben.”

Rau bekijkt bezit niet alleen vanuit economisch perspectief, maar ook filosofisch – ‘iedere behoefte is van tijdelijke aard, dus is het onzin om iets te willen hebben’– en spiritueel.

De innovator adviseerde een poos de koning van Bhutan, waar ze aan Bruto Nationaal Geluk doen. Van hem kreeg hij te horen: “Niemand verlaat deze planeet levend, we komen en gaan met niks. Die kermis ertussen, die jullie in het Westen eigendom noemen, is jullie probleem.”

Dat kan best zijn, maar voorlopig zit ik met twee peuters die over elk stukje speelgoed ruziemaken. Waardoor ik als vader-zonder-­ruggengraat van vrijwel alles twee exemplaren koop. Jan Jonker, opa van twee kleinkinderen, herkent het. Alhoewel. “Speelgoed kun je ook halen bij de kringloop, dan heb je er niet zo’n last van dat ze tien puzzeltjes hebben. Dat ze ‘mij, mij’ roepen, gaat vanzelf voorbij.”

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten (Condor) van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden