Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

De vrouw ziet er niet uit alsof ze makkelijk kan bukken

Plus Femke van der Laan

“Ojee. Nou liggen ze eronder.” De vrouw en ik kijken ­allebei naar de plek waar haar sleutelbos onder de stellingkast verdween. Ze had hem laten vallen. Precies toen ik langsliep. Precies op mijn voet. Zij gaf de voorzet, ik schopte hem erin. De vrouw zegt het nog een keer. “Ojee.” Ik zeg niks. Mijn voet doet zeer. Ik draag slippers.

Ik was op weg naar de uitgang van de winkel. Met lege handen. Ik zocht zo’n dingetje voor in de afvoer. Zo had ik het tegen de winkelmedewerker gezegd: “Ik zoek zo’n dingetje voor in de afvoer. Zo’n zeefje. Om etensresten tegen te houden. Zeg maar.” Het zeefje was weg. Ik vermoedde dat het in de prullenbak was beland, weggegooid met de etensresten. Ik had een nieuwe nodig.

“Je bedoelt je gootsteen. Dat is voor in je gootsteen. Je afvoer is die buis eronder, daar moet ie echt niet in, hoor.” De man had gelachen en zijn kin iets in de lucht gestoken. Die van mij was iets naar beneden gezakt.

“O ja. De gootsteen. Heeft u zo’n zeefje?”

“Nee, die verkopen wij niet.”

Een paar tellen later kreeg ik de sleutelbos op mijn voet.

Ik kijk naar de vrouw. Ze ziet er niet uit alsof ze makkelijk kan bukken.

“Wacht maar.” Ik ga op mijn knieën zitten en probeer onder de stelling te kijken. Er is weinig ruimte tussen de vloer en de onderste plank. Ik kan het niet goed zien. Ik kom weer omhoog. De vrouw kijkt me vragend aan. “Wacht maar,” zeg ik weer. Dan ga ik languit op de vloer liggen. Op mijn buik. Mijn wang op de koude tegels. Onder de kast zie ik iets glinsteren.

“Zie je ze?”

“Ik denk het wel.”

“Kun je erbij?”

Mijn arm ligt langs mijn lichaam. Ik denk dat het wel gaat lukken, maar ik beweeg nog even niet. Het voelt fijn hier op de vloer van de winkel. Ik lig op de koelste plek van de stad. Mijn voet doet geen pijn meer.

“Gaat het?”

Ik schuif mijn arm onder de stelling. Ik voel stof, kruimels, iets plakkerigs. Even denk ik erover de winkelmedewerker te roepen. Met mijn kin omhoog. Erbij lachen. “Zo moet het echt niet, hoor.” Ik blijf liggen. Mijn arm verdwijnt nog iets verder onder de plank. Ik fantaseer dat ik er een zeefje onder vandaan trek. Ik laat hem aan de medewerker zien. Mijn kin nog hoger. Dan raken mijn vingers de sleutelbos.

Thuis was ik mijn handen. Het stof van de winkel verdwijnt in de afvoer. Er is geen zeefje waar iets in achterblijft.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden